BL_112018_LR

W W W . V A L U E C H A I N . B E 6 7 VISIE VISIE B U S I N E S S L O G I S T I C S - N O V E M B E R 2 0 1 8 D e Duitse Speed Factory van Adi- das is sterk geautomatiseerd en bevindt zich in Ansbach. De nieuwe fabriek komt in het Ame- rikaanse Georgia. Typisch voor die fabrieken is dat ze slechts een heel klein deel van de totale jaarproductie opvangen. Voor de Duitse Speed Factory van Adidas is dat amper een halve procent. Het gros van de productie blijft dus gewoon in Azië. Intussen heeft ook Nike een soortgelijke fabriek opgezet, die met zijn kleinschalige, gerobotiseerde productie op lokale schaal een aanvulling vormt op zijn gigantische offshore-fabrieken in het Verre Oosten. Zo zorgt de Duitse Speed Factory van Nike voor amper een halve procent van de jaarproduc- tie. Met zijn Speed Factory vermindert Nike zijn ‘time from-manufacturing-to-market’ van zestig dagen naar tien dagen of minder. Zoals de naam al laat uitschijnen, bestaat het grote voordeel van dergelijke Speed Factories dus in de superkorte time-to-market. Prof. Robert Boute: “Binnen Europa dacht iedereen dat we de schoenenproduc- tie voor eens en altijd kwijt waren. Dat Adidas plots een fabriek in Duitsland oprichtte en dat het initiatief ook navol- ging krijgt van andere producenten, trok dan ook mijn aandacht. Samen met enkele collega’s, met name Stephen M. Disney en Jan A. Van Mieghem, heb ik besloten de kenmerken van dit type fabrieken en de opportuniteiten in een paper onder de loep te nemen.” Antwoord op huidige trends Dat de Speed Factories net nu opduiken, is geen toeval. Een aantal trends zorgen er namelijk voor dat het steeds interes- santer wordt om een deel van de produc- tie opnieuw dichter bij de afzetmarkt te laten plaatsvinden. Need for speed? Adidas inspireert. Prof. Robert Boute belicht potentieel van Speed Factories Toen Adidas in 2015 een fabriek in Duitsland oprichtte, trokken velen hun wenkbrauwen op. Immers, in de jaren negentig had de sportgigant zijn productie resoluut naar Aziatische lagelonenlanden overgeheveld. Met de zogenaamde Speed Factory wil Adidas in de eerste plaats een oplossing bieden voor een fractie van de orders die zeer snel de markt in moet. Dat het concept werkt, bewijst het feit dat Adidas onlangs een tweede Speed Factory in de VS opende. Samen met enkele collega-professoren nam prof. Robert Boute dit fenomeen onder de loep. Aansluitend wordt nu een algoritme ontwikkeld waarmee bedrijven zelf kunnen nagaan of ook zij iets aan een Speed Factory hebben. Prof. Robert Boute: “Binnen Europa dacht iedereen dat we de schoenenproductie voor eens en altijd kwijt waren. Dat Adidas plots een fabriek in Duits- land oprichtte en dat het initiatief ook navolging krijgt van andere producenten, trok dan ook mijn aandacht.” Prof. R. Boute: “In bepaalde Chinese regio’s zijn de loonkosten in nog geen tien jaar tijd meer dan verdrievoudigd, wat een impact heeft op de aankoopprijs van bepaalde pro- ducten. De werknemers zijn er uiteraard nog steeds goedkoop, maar de immense kloof met de lonen in het Westen wordt wel klei- ner. In diezelfde periode zijn ook de trans- portkosten gestaag gestegen. In combinatie met het (verplichte) nastreven van een gun- stige ecologische voetafdruk, is het telkens weer moeten overbruggen van immense afstanden niet bepaald een voordeel. Boven- dien worden de lange levertermijnen die produceren in Azië met zich meebrengt, vaak gecompenseerd door hier lokaal hoge voorraden aan te houden. Niet enkel kost dat handenvol geld, je loopt ook een reëel risico dat uiteindelijk niet alles de deur uitgaat. Een andere belangrijke trend is dat voor steeds meer artikelen de vraag steeds minder goed te voorspellen valt. Dat de variëteit binnen het artikelaanbod blijft toenemen, speelt daarbij uiteraard een belangrijke rol. De kos- ten van de niet ondenkbare mismatch die daarop kan volgen, kunnen hoog oplopen. Binnen die context kan een Speed Factory een antwoord bieden.” Zijn je activiteiten een Speed Factory waard? Dat een Speed Factory maar een heel klein deel van de orders opvangt, onderscheidt het concept meteen ook van het klassieke ‘dual sourcing’ verhaal, waarbij doorgaans een groter stuk van de productie naar bij- voorbeeld Oost-Europa wordt overgeheveld om de risico’s te spreiden. Kenmerkend voor een Speed Factory is ook dat ze sterk geauto- matiseerd en gerobotiseerd is, wat de fabriek heel snel en flexibel maakt. Zonder nadenken een Speed Factory uit de grond stampen, is evenwel geen goed idee. Hoewel de achterliggende technologieën binnen heel het Industrie 4.0 gegeven finan- cieel steeds interessanter worden, moet je toch nog steeds een stevige business case hebben om die te rechtvaardigen. Bovendien kosten de werkkrachten die je nog steeds nodig hebt, hier meer geld dan in Azië. Ver- der vormt een Speed Factory per definitie een aanvulling op een of meerdere offshore fabrieken, wat leidt tot voorraden op meer- dere locaties. Aan een Speed Factory zit dus sowieso een stevig prijskaartje vast. Of een Speed Factory al dan niet (financieel) interessant is, hangt voor een groot deel af van het vraagpatroon van de artikelen waar- voor je die fabriek wil gebruiken. Prof. R. Boute: “Ook Adidas gebruikt de Speed Factory maar voor een zeer klein deel van zijn producten. Bovendien hebben die pro- ducten welbepaalde kenmerken. Het gaat vooral om artikelen met een niet-stationair vraagpatroon. Dat houdt in dat de vraag voor dergelijke artikelen heel snel en onverwacht kan stijgen of dalen, zonder dat daar bijvoor- Dat de Speed Factories net nu opduiken, is geen toeval. Een aantal trends zorgen er namelijk voor dat het steeds interessanter wordt om een deel van de productie opnieuw dichter bij de afzetmarkt te laten plaats- vinden.

RkJQdWJsaXNoZXIy MjkyNTU=