VCM_122019_LR

VISIE 7 V A L U E C H A I N M A N A G E M E N T - D E C E M B E R 2 0 1 9 een beperkt aantal exoneratie- of onthef- fingsgronden, die de transporteur het recht geven de hete aardappel naar de ladingbe- langhebbende door te schuiven. Het kan daarbij gaan om duidelijke fouten van de verladers of om buitengewone risico’s door overmacht. Fouten of zelfs diefstal door mensen verder in de keten geven daarente- gen geen mogelijkheid tot ontheffing van aansprakelijkheid. Naarmate de transportke- tens langer worden, groeit dus ook de kring mensen waarvoor de vervoerder aansprake- lijk is. Een ander groot probleem is dat de Belgi- sche en internationale vervoerwetgeving te oud is om klaarheid te scheppen wanneer er calamiteiten optreden bij nieuwe transport- modellen. Om maar een idee te geven: het CMR-verdrag dateert al van 1956. “Het recht denkt heel erg in hokjes en dat geldt zeker voor transportwetgevingen. Alleen vallen de nieuwe transportmodellen vaak niet net- jes binnen die hokjes”, weet prof. Verheyen. “Om vragen over de aansprakelijkheid bij nieuwe vormen van samenwerking op te lossen, biedt de wetgeving dan ook geen ondubbelzinnig antwoord. Vaak is het de rechter die uiteindelijk moeilijk te ontwarren knopen moet doorhakken.” Aansprakelijkheden binnen platformlogistiek Bij veel transportplatformen is het boven- dien erg onduidelijk welke verantwoorde- lijkheden ze op zich nemen. Prof. Wouter Verheyen: “Heel wat nieuwe platformen veronderstellen dat ze niet aan- sprakelijk kunnen worden gesteld wanneer er iets fout gaat nadat partijen via het plat- form afspraken hebben gemaakt. Maar niets is minder waar. Veel hangt af van welk soort FIGUUR 1 Van traditionele transportketen naar sharing & platform supply chains n creëren onzekerheid de juridische risico’s

RkJQdWJsaXNoZXIy MjkyNTU=