VCM 2022 05

V A L U E C H A I N M A N A G E M E N T - M E I 2 0 2 2 17 de matrix is gepositioneerd, hoe verder ze staat op het vlak van data-integratie. De minst geïntegreerde bedrijven beheren hun data in meerdere individuele silo’s, in de verschillende businessunits van de organisatie. Een typisch probleem daarbij is dat er discrepanties optreden als er naar dezelfde data wordt verwezen of dat belangrijke data niet van de ene silo naar de andere silo raken. Prof. Van Woensel: “Een ander probleem dat dikwijls terugkomt, is dat de beschikbare data niet altijd volledig en zelfs niet altijd correct zijn, bijvoorbeeld omdat de data niet op de juiste manier werden verzameld. Dat blijkt ook uit de ervaringen van de tientallen studenten die we jaarlijks in het kader van bedrijfsgebonden projecten naar ondernemingen uitzenden. Als ze bedrijven vragen naar meer (complete) data, blijken ze die opvallend vaak niet te kunnen geven. Het mag duidelijk zijn dat de juiste data ter beschikking hebben de basis is voor elk optimaliseringstraject.” De data goed en geïntegreerd krijgen over alle silo’s heen – binnen de volledige onderneming dus – is al een eerste belangrijke stap in de goede richting. Nog een stap verder op de as staan de bedrijven die hun data niet enkel binnen de eigen organisatie, maar over de hele supply chain hebben geïntegreerd. Het summum op de horizontale as is wanneer er data over meerdere supply chains heen binnen een markt zijn geïntegreerd. De verticale as geeft weer hoever de organisatie staat met de implementatie van de data-integratie op het horizontale niveau. Vinden we een onderneming helemaal onderaan die ladder terug, dan heeft ze geen expliciete kennis over data-integratie en ook geen concrete plannen om daaraan te werken. Een stap verder staan de bedrijven die wel al kennis over data-integratie hebben opgebouwd en plannen hebben om die kennis te gebruiken, hoewel ze nog geen concrete stappen hebben gezet. In het volgende stadium maakt het bedrijf gebruik van historische data om beslissingen te nemen. Dat laat de organisatie weliswaar toe om terug te blikken en te extrapoleren, maar nog niet om een treffend antwoord te bieden op recente veranderingen. Het verst gevorderd op de verticale as zijn de bedrijven die gebruikmaken van realtime data. Daardoor kunnen ze wel snel reageren op operationeel vlak. “In dat laatste stadium kunnen we evolueren van descriptieve analyses naar predictieve analyses, waarbij we ons in de eerste plaats richten op de gebeurtenissen die op ons afkomen”, voegt prof. Van Woensel eraan toe. “Vervolgens kunnen we nog meer gaan optimaliseren via prescriptieve analyses. Daarbij tracht je op basis van de data-analyses al meteen de juiste beslissingen te Tom Van Woensel, professor aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) (TU/e) en de Antwerp Management School (AMS): “Sommige sectoren staan al behoorlijk ver op het vlak van data-integratie, andere evolueren in een trager tempo. Niet elke onderneming moet dus meteen een complete marktdata-integratie willen bereiken.”

RkJQdWJsaXNoZXIy MjkyNTU=