VCM_102020_LR

W W W . V A L U E C H A I N . B E 10 VISIE Die rol kunnen toeleveranciers opnemen. En ook in deze context zullen digitalisering, flexi- bele fabrieken en een digitale twin, van elk individueel product en ieder onderdeel, hun waarde bewijzen. Let wel, een volledige transformatie van een OEM naar een servitization-onderneming is een grote stap. “We spreken hier over de verandering van het businessmodel, die impact heeft op alle bedrijfs- functies. Dat gaat dus nog een stuk verder dan data tijdens de productlevenscyclus optimaal gebruiken. Het kan jaren kosten om een volwaardig servitizati- on-modeloptezetten.” Levenslang leren Verder wordt in een steeds digitaler productiekader levenslang leren een sine qua non. Volgens prof. dr. Sol is dat ongetwijfeld een van de belangrijkste uit- dagingenvoordetoekomst. Prof.dr.Sol: “Kortere ketens brengen opnieuwmeer werk onze kant op. Op zich is dat goed nieuws, ware het niet dat het met onze verouderende bevolking niet evident wordt om extra werk op te vangen. Er is ook een zeer beperkte instroom van jonge arbeidskrachten. Ook daarom moeten we meer inzetten op automatisering en robotisering. Maar omdat niet alle werk geautomatiseerd kan worden, zullen menselijke krachten broodnodig blijven.” Wat wel verandert, is de inhoud van de jobs. Ener- zijds moet er meer worden samengewerkt met machines en robots, anderzijds hebben we men- sen nodig die hun schouders zetten onder de digi- tale innovatie. Prof. dr. Sol: “Medewerkers moeten hun (digitale) kennis blijven bijspijkeren. Dat geldt ook voor medewerkers die op school nooit digitale kennis hebben opgedaan. Omdat er weinig nieuwe men- seninstromen,zuljehetookvaakmetjebestaande personeelsbestand moeten doen. Gelukkig ken je die medewerkers doorgaans door en door en heb je een goed zicht op hun mogelijkheden. Je moet medewerkers niet alleen met de technologie leren werken, maar ook duidelijk maken wat hun relatie tot die systemen is. Ze moeten weten welke taken ze aan het systeem kunnen overlaten en waar hun eigen expertise vanbelang is.” Die kennis opdoen kan op de formele manier – via fysieke of online cursussen – maar ook op een niet-formelemanier.Bijvoorbeelddooronlineoplos- singen te zoeken via online zoekopdrachten en het bekijken van instructies op YouTube. Zeker hoogop- geleidemedewerkers zouden eigenlijk zelf de reflex moetenhebbenomzichzelfcontinubijtescholen. Prof. dr. Sol: “Sinds de coronacrisis zijn ook steeds meer nieuwe vormen van afstandsleren in opmars. Denken we maar aan virtuele lastrainingen met behulp van computersimulaties. Je hoeft mede- werkers dus ook geen dagen van de werkvloer af te houden. Meerdere korte trainingsmomenten zijn vaakveeleffectiever.” Werk aan de digitale winkel Samengevat is de toekomst volgens prof. dr. Sol dus aan de hightech- en circulaire maakeconomie. In de ideale maakwereld zijn flexibele ketens verbonden met een netwerk van slimme fabrieken in regionale ecosystemen, waarin heel nauw wordt samen- gewerkt. Met slimme datatechnologie kunnen we betrouwbare – en vrijwel autonome – digitale ketens op een transparante manier simuleren. Zo winnen productiebedrijven niet alleen aan effici- ëntie, ze worden ook minder kwetsbaar als nieuwe rampspoedhenovervalt. “Maar laat ons duidelijk zijn: nog maar heel weinig productiebedrijven beschikken al over voldoende maturiteit op dat vlak. De meeste productiebedrij- ven staan nog maar aan het prille begin van die evolutie”, weet prof. dr. Sol. “Voor henkomt het er nu opaan zo snelmogelijkdegrootsteopportuniteiten op het vlak van digitalisering te ontdekken. Besef wel dat de introductie van nieuwe technologieën en IT-implementaties niet altijd van een leien dakje gaat. Sommige technologieën zoals artificiële intel- ligentie (AI) zijn ook nog voor verbetering vatbaar. Het is dan ook essentieel een realistischbeeld te krij- gen vanwat we op dit moment van de technologie kunnen verwachten vooraleer we ermee van wal steken.” Verder raadt prof. dr. Sol aan af en toe ook bij andere bedrijven te kijken hoe zij de zaken aanpakken. Regio’s waar ondernemers geregeld informatie uit- wisselen blijken trouwens beter te presteren dan andere. “Je kunt ook de koppen bij elkaar steken binnen eenzelfde sector”, voegt hij eraan toe. “Zo stimuleren wij met het Fieldlab ‘The Smart Connec- ted Supplier Network’ (SCSN) – een initiatief van de topsector HTSM (High Tech Systems and Materials), Brainport Industries, softwareleveranciers en TNO – Nederlandse hightechleveranciers om ideeën met elkaar uit te wisselen. Een belangrijke ergernis bij hen is dat hun klanten elk hun specifieke inter- face willen, waar heel wat kopzorgen en kosten bij komenkijken.DaarhebbenwenudeIDSnaarvoren geschoven om meer standaardisatie op dat vlak te creëren. Het spreekt voor zich dat je zulke zaken alleen maar kunt doorduwen als je daar met een groteregroepachterstaat.” Stapsgewijs naar Smart Industry Toegegeven, het is niet eenvoudig aan de digi- tale fabriek te timmeren in een periode waarin het coronavirusnogeenhelepoosvoorpiekenendalen zal zorgen, waarbij bepaalde regio’s tijdelijk minder productief zullenworden. Volgens kenners kandeze ‘hammer & dance’ periode nog een jaar of zelfs lan- ger aanhouden. Sommige industrieën zullen ook snellerherstellendanandere.“Maardegeschiedenis leert dat er na een crisis van deze omvangweer een periode van groei aankomt”, voorspelt prof. dr. Sol. “De terugkeer van het delen van de productie zal daarbijvoorbeeldtoebijdragen.Hetisdanookraad- zaamomons als maakbedrijf voor te bereiden voor wanneerdatmomentaanbreekt.” Prof. dr. Sol adviseert om in eerste instantie te inves- teren in het leervermogen en de vaardigheden van medewerkers, wat verdere automatisering en robotisering binnen de fabriek soepeler zal laten verlopen. “Zorg er in elk geval voor dat je eerst hebt bepaald waar je naartoe wil en – heel belangrijk – start er dan gewoon mee. Begin met bescheiden implementaties – waarvan je zeker weet dat je ze terug kunt verdienen – en schaal gaandeweg op. Start zeker ook met de digitalisering van je up- en downstreamnetwerk.Spreekbijvoorbeelddeambi- tie uit om in een half jaar tijd alle realtime data van het productie-equipment aan je ERP te koppelen. Zorg er ook voor dat je het in de vingers krijgt om kosteneffectief kleinere series te produceren. Op diemanier kun je stap voor stap Smart Industry in je eigenorganisatieinbedden.” TC

RkJQdWJsaXNoZXIy MjkyNTU=