Lees Ook

De Extended Gateway douanetechnisch ondersteund

Intris ontwikkelt oplossing voor documentloos transitverkeer

De Europese douanewetgeving maakt het al geruime tijd mogelijk om goederen die de Europese Unie binnenkomen van op afstand in te klaren, ongeacht de fysieke locatie van de goederen. Voorwaarde is echter dat de douane alle nodige informatie ontvangt om de goederen te kunnen opvolgen en te kunnen controleren dat invoerrechten betaald worden en bedrijven conform de douanewetgeving handelen. Intris heeft met TRIS Customs Gateway Europe de eerste volledig elektronische oplossing op de markt gebracht die dit proces documentloos ondersteunt. Waarom dit zo belangrijk is, kadert Michel Van Giel, Ere Gewestelijk directeur der Douane en Accijnzen, en door Intris aangetrokken als extern douane-expert.
 
Aan de basis van de nieuwe oplossing van Intris ligt het Extended Gateway-concept dat enkele jaren geleden door het VIL (Vlaams Instituut voor de Logistiek) werd ontwikkeld. Daarbij worden goederenstromen in de havens gebundeld en naar logistieke platformen in het hinterland gebracht, waar ze verder behandeld en naar de eindklant vervoerd worden. Zo wordt de congestie in de havens een halt toegeroepen en kunnen logistieke activiteiten geclusterd worden in zogenaamde logistieke ‘hotspots’, wat leidt tot lagere totale logistieke kosten.
 
Parallel hiermee beslisten de douaneautoriteiten in 2005 om de veiligheids- en beveiligingscontroles (safety & security) los te koppelen van de fiscale douanecontroles. “Het spreekt voor zich dat controles op het vlak van veiligheid en beveiliging moeten gebeuren aan de buitengrens. Het is onverantwoord om goederen naar het hinterland te laten doorstromen om dan achteraf vast te stellen dat er een risico aan verbonden is. Bij fiscale controles ligt dat anders. Die gebeuren op basis van boekhoudkundige stukken en de classificatie van de goederen. Dat kan perfect in een later stadium gebeuren. Vandaar de beslissing van de douane om beide types controles te splitsen”, legt Michel Van Giel uit.
 
Ook de invoerder, of diegene die hem vertegenwoordigt, heeft er alle baat bij dat goederen zo laat mogelijk in het vrije verkeer worden gebracht. Zo hoeven invoerrechten nog niet meteen bij aankomst betaald te worden. Dat kan onder meer door gebruik te maken van de regeling douane-entrepot, waarbij de goederen onder douanetoezicht blijven en waarbij de douane bij elke tussenstap een document vereist voor een optimale opvolging. In veel gevallen wordt daarvoor ook een borg gevraagd.
 

Geïntegreerde stromen

Met TRIS Customs Gateway Europa kan dit proces douanetechnisch volledig elektronisch verlopen. De software zorgt ervoor dat de goederen, ongeacht of het over zee- of luchtvracht gaat, bij aankomst via een elektronisch bericht automatisch aangegeven worden bij de douane, die deze aangifte elektronisch bevestigt. Hetzelfde bericht genereert meteen ook de ‘bill of lading’ op de kade en stuurt die automatisch naar de juiste bestemming, bijvoorbeeld een douane-entrepot in het hinterland. Van zodra de containers uit de haven vertrekken, wordt er een elektronisch bericht gestuurd naar de inlandterminals. Bij aankomst daar vertrekt er vanuit die terminals een elektronisch aankomstbericht, waarmee de uitslag van de goederen uit het douane-entrepot in de haven wordt bevestigd.
 
Met deze manier van werken is geen douanedeclarant meer nodig in de verschillende magazijnen om de tussentijdse douaneprocedures op te volgen, is er vrijstelling van borg en hoeft de douane geen tussentijdse controles uit te voeren.
M. Van Giel: “De oplossing garandeert een sluitende koppeling tussen de berichtenstroom en de goederenstroom. Op die manier ontstaat een win-winsituatie voor alle partijen. De goederen kunnen sneller weg uit de haven, er komen geen documenten aan te pas en de douane beschikt over een sluitende informatiestroom om de controle te kunnen uitoefenen. Een ononderbroken informatiestroom is al lang een heikel punt bij de douane. In het bijzonder omdat terminaluitbaters zich niet met douaneformaliteiten wilden inlaten. Dat was al meteen een onderbreking in de informatiestroom. Een van de grote voordelen van dit systeem is dat de berichtenuitwisseling niet start bij aankomst op de terminal, maar al op het moment dat de goederen gelost worden. Bovendien kun je het proces gelijk wanneer starten. Dat hoeft niet vanuit de haven te gebeuren. Je kunt evengoed wanneer de goederen via NCTS (New Computerised Transit System) naar een ander douane-entrepot overgebracht worden, daar de berichtenstroom starten. Van zodra je eigen voorraadadministratie gelinkt is aan de voorraadadministratie van het entrepotregime kan je douanetechnisch verder. Het systeem biedt een garantie dat alle betrokken partijen in de keten de nodige douaneberichtgeving verricht hebben.”
 
Voorwaarden om op die manier te kunnen werken zijn over een douane-entrepot en over een vergunning beschikken. Die laatste voorwaarde veronderstelt vandaag ook dat het bedrijf in kwestie aan de AEO-criteria (Authorized Economic Operator) moet voldoen.
 

De praktijk

De eerste gebruiker van de TRIS Customs Gateway Europe, overigens ook het pilootproject, is de Zwitserse rederij MSC wiens Antwerpse terminal sinds kort van de douane een RTO-vergunning (Ruimte voor Tijdelijke Opslag) ontving. Die toekenning zette de deur open voor het uitrollen van het Extended Gateway-concept. De containers kunnen nu meteen het zeeschip verlaten en alle douanetechnische plichtplegingen gebeuren vanuit de inlandterminal. Behalve de tijdswinst die MSC daarmee realiseert, haalt het ook de druk van de ketel op de terminal in Antwerpen, waar de capaciteit voortaan efficiënter kan worden benut. MSC heeft al aangekondigd het Extended Gateway-concept op korte termijn verder te zullen uitrollen naar Rotterdam, Luik, Born en Moerdijk. Later zullen ook Mannheim en Neuss volgen. Behalve van TRIS Customs Gateway Europe maakt MSC ook gebruik van de Customs Communications Tool van Intris, waarbij Intris als portaal fungeert voor de communicatie tussen MSC en de douane.
 
“Nog een voordeel van de oplossing is dat je niet gebonden bent aan één douane-expediteur. Er bestaan gelijkaardige softwarepakketten maar die verbinden je wel aan een specifieke douane-expediteur voor wie het pakket ontwikkeld werd. Dat is hier niet het geval. Grote rederijen als MSC hebben een eigen douaneafdeling die met de oplossing aan de slag kunnen. Douane-expediteurs op hun beurt kunnen zich onderscheiden door via deze software het Extended Gateway-concept aan te bieden aan kleinere bedrijven. Het kan immers niet de bedoeling zijn dat deze oplossing het privilege blijft van grote ondernemingen. Met de tool beschikken bedrijven over een flexibele oplossing die uniek is omwille van enerzijds de link, via het WMS (Warehouse Management System), naar de goederenstroom, en anderzijds naar de fase voordat de goederen in de terminal aankomen”, meent Van Giel.
 
Een mogelijke uitbreiding van de tool is een aanpassing om hem ook geschikt te maken voor conventionele goederen. “De enige moeilijkheid die daar nog opduikt is dat dergelijke ladingen iets minder eenduidig identificeerbaar zijn. Bij containers kan de ladinglijst gekoppeld worden aan het containernummer. Dat ligt anders bij conventioneel goed. Voor oplossingen hiervoor moeten afspraken worden gemaakt met ofwel de rederij ofwel de terminaluitbater. Ofwel maakt die eerste bij het opmaken van de summiere aangifte voor tijdelijke opslag een uniek nummer aan, ofwel doet de terminaluitbater het. Van zodra je zo’n uniek nummer hebt, noodzakelijk voor de link met de goederenstroom via het WMS, ben je vertrokken.”
 
“Steeds meer bedrijven hebben nood aan een sluitende controle op hun goederenstromen. We verwachten dan ook dat dienstverleners steeds meer druk van hun opdrachtgevers zullen ondervinden om transparantie in de goederenbewegingen te garanderen. We richten ons met deze oplossing dan ook niet enkel tot rederijen maar tot alle logistieke dienstverleners”, voegt Patrick Van De Looverbosch, CEO van Intris, nog toe. Hoe het pakket concreet in de markt zal worden gezet, is nog niet helemaal duidelijk. “We zullen dat ofwel rechtstreeks doen, ofwel via partners, en dan denk ik bijvoorbeeld aan de havens. Dat zal de toekomst nog moeten uitwijzen. Wel zeker is dat we de oplossing niet met het klassieke licentiemodel zullen aanbieden maar in SaaS-modus (Software as a Service). Gebruikers zullen de keuze hebben tussen hosting in de cloud, in een datacenter of bij hen zelf”, aldus Van De Looverbosch nog.
 
X