Lees Ook

Klaar voor de nieuwe Tris?

Intris herschrijft Tris-oplossing van scratch op Oracle-technologie

Klaar voor de nieuwe Tris?
Derde keer, goede keer. Dat moet Intris’ CEO Patrick Van De Looverbosch zo’n twee jaar geleden gedacht hebben toen hij besloot om het Tris-pakket van scratch te herschrijven. Intris switcht zijn Customs-, Forwarding- en Warehouse-oplossing van Progress naar Oracle. Met deze ingreep – waar een prijskaartje van maar liefst 3,5 miljoen euro aan vasthangt – maakt Intris zijn pakket future-proof. De nieuwe Tris heeft een gebruikersvriendelijke, intuïtieve interface, werkt sterk workflow-gedreven en is beschikbaar in de cloud.
 
Het softwarehuis Intris zag het levenslicht in 1994 en richtte zich vanaf het begin op forwarding, douane en public warehouses en de integratie van die verschillende stappen in de logistieke keten. De toepassingen kunnen stand-alone gebruikt worden of aan elkaar worden gekoppeld. Daarnaast ondersteunt Intris ook enkele nicheactiviteiten zoals lijnagentuur, luchtvracht, containerherstelling en container- en transportmanagement.
 
BL: Richten jullie zich vooral naar de logistieke dienstverleners of ook naar de verladers?
P. Van De Looverbosch: “Het merendeel van onze ruim 200 klanten zijn logistieke dienstverleners of forwarders. Denk maar aan Tabaknatie, Gosselin Group, Rhenus Logistics of ArcelorMittal Logistics. We hebben ook enkele verladers in onze klantenportefeuille. Dat zijn producenten die hun business processen als drijvende factor zien voor hun logistieke activiteiten. Onze klanten zitten vooral in België en Nederland, maar we volgen onze klanten wereldwijd.”
 
BL: Als Belgische kmo met 42 medewerkers draaien jullie een omzet van 5,5 miljoen euro per jaar. Wie zijn jullie belangrijkste concurrenten?
P. Van De Looverbosch: “We komen Organi wel eens tegen in de markt, maar zij focussen minder sterk op het logistieke segment. Op douanevlak heb je bijvoorbeeld Stream Software. Wij zijn de enige softwareleverancier in België – het Canadese Descartes buiten beschouwing gelaten – die de communicatie met de douane kan voorzien. Dat maakt dat we voor een one-stop-shoppingverhaal kunnen zorgen.”
 
BL: Is dat jullie belangrijkste onderscheidende factor?
P. Van De Looverbosch: “Neen. Onze grootste troef is de sterke integratie van warehousing, forwarding en douane met daarbovenop een sterk workflowmanagement. In 2003 startten we met het integratieverhaal op basis van een Enterprise Service Bus (ESB) (red. ESB-technologie wordt gezien als cruciaal voor de integratie van toepassingen in servicegeoriënteerde architecturen). Omdat we geloofden dat het logistieke proces steeds meer gedreven zou worden door de bedrijfsprocessen, startten we vijf jaar later ook met het schrijven van een workflowmanagement oplossing bovenop de ESB. Maar net in 2008 sloeg de crisis toe waardoor we het moeilijk verkocht kregen. Bedrijven wilden op dat moment niet investeren en de toegevoegde waarde werd nog te weinig gezien. In 2012 hebben we vervolgens de switch gemaakt om echt voluit op workflowmanagement in te zetten en niet langer pakketten te verkopen, maar business solutions. Vanuit dat oogpunt zijn we de markt gaan herbekijken en zijn we tot de volledige, geïntegreerde en procesgestuurde oplossing gekomen die we vandaag hebben.”
 

Het Oracle-verhaal

De marktverkenning leidde tot een shortlist met drie namen: Progress, Oracle en Microsoft. Begin 2014 kiest Intris ervoor om zijn supply chain oplossing te herschrijven in een Oracle-verhaal. Vanwaar die ingrijpende beslissing?
P. Van De Looverbosch: “Een van de belangrijke factoren om voor Oracle te kiezen was de gebruikersvriendelijkheid. Met Progress hadden we een hele goede motor, maar een oubollige gebruikersinterface. In de zomer van 2014 kwam Oracle net met een nieuwe gebruikersinterface, Alta UI, op de markt. Die gebruikersinterface is gestoeld op de Facebook-ervaring: omdat het gebruikersscherm zo intuïtief aanvoelt, hoef je geen opleiding te volgen om te weten hoe het werkt. Daarnaast vonden we ook de onderliggende webtechnologie heel belangrijk. Met Progress zaten we in een client serververhaal en we wilden een pure webapplicatie bouwen. Verder was het belangrijk om mobiel te kunnen gaan zonder telkens de programma’s te moeten herschrijven.”
 
BL: Microsoft is toch ook erg gekend omwille van de gebruikersvriendelijkheid?
P. Van De Looverbosch: “Dat klopt, maar Microsoft durft soms nogal snel veranderen van richting en dan moet je alles herschrijven. Als kleine kmo kunnen we niet telkens die verandering aan. Het Oracle-platform is erg stabiel en is sterk in het cloudverhaal. Ik denk overigens dat vandaag enkel Oracle en Microsoft in staat zijn om op een performante manier cloud aan te bieden. Zo kan je met Oracle-technologie in drie uur tijd van on premise naar cloud overschakelen.”
 
BL: Krijgen jullie veel vraag naar cloudoplossingen?
P. Van De Looverbosch: “In 2014 was ik zelf nog niet helemaal van overtuigd van de evolutie naar cloud, maar vandaag blijkt dat cloud echt wel een blijver en game changer is. Meer dan 50% van onze klanten onderneemt vandaag stappen om naar de cloud te gaan.”
 
BL: Ondersteunt Oracle voldoende het procesgedreven verhaal?
P. Van De Looverbosch: “Absoluut. De nieuwe Tris werkt met services. In wezen knip je je bedrijfsproces in stukken en per dienst die je uitvoert maak je een taak. Met onze WFM-functie kan je verschillende taken, wel of niet-klantgerelateerd, combineren tot een Service Level Agreement. We maken de stap van een datagedreven systeem naar een systeem dat bedrijven helpt om hun business te doen op basis van SLA’s (Service Level Agreements). Het systeem werkt taakgestuurd en geeft een duidelijk overzicht van de taken die een gebruiker gisteren gedaan moest hebben, vandaag moet doen en morgen moet uitvoeren. Dat kan bovendien op twee niveaus: bij de eindgebruiker en op managementniveau. Op die manier kan er een goede opvolging gebeuren.”
 
BL: Waren er nog andere argumenten om voor het Oracle-platform te kiezen?
P. Van De Looverbosch: “Wij hechten veel belang aan integratie en standaardisatie. We zijn met Intris gegroeid vanuit een forwardingapplicatie en hebben nadien andere applicaties geschreven. Daardoor hadden we soms dubbele functionaliteit. Daar hebben we nu komaf mee gemaakt. Een ontwikkelaar heeft altijd schrik voor de delete-knop, maar we hebben geleerd dat door te schrappen je veel sneller kan implementeren en tegelijk een beter pakket kan bieden. Intris heeft zelf een geïntegreerd documentmanagementsysteem ontwikkeld op basis van Oracle BI waardoor je los van alle applicaties steeds documenten op elk toestel kan openen.”
 

Van scratch

Intris schreef de nieuwe Tris van scratch en heeft daarvoor 20 mensen aan boord die continu aan het ontwikkelen zijn volgens de scrum-methodologie. Dat is een flexibele manier om softwareproducten te maken. De Forwarding- en Customs-modules zijn al klaar en tegen eind 2016 zou ook de Warehousing-module af moeten zijn. Zijn bestaande klanten verplicht om naar de Oracle-technologie te migreren?
P. Van De Looverbosch: “De klanten die onze voornaamste modules – Forwarding, Customs, Warehousing – gebruiken wel. We blijven sommige heel specifieke oplossingen nog aanbieden in Progress, maar onze kernproducten zullen we op termijn enkel nog in Oracle ondersteunen. We hebben destijds in Progress voor elk stukje van het logistieke proces een oplossing gemaakt. Dat doen we niet meer. In die zin gaan we weer meer back to basics, maar enten we ons tegelijk heel sterk op het integratieverhaal.”
 
BL: Hanteren jullie hetzelfde prijsmodel?
P. Van De Looverbosch: “We hebben een heel goed contract afgesloten met Oracle, zowel voor de ESB, API, het geïntegreerde documentmanagementsysteem en de Oracle SOA Suite. Daarnaast bieden we ook de Oracle BI-tool standaard aan. In het Progress-verhaal hadden we geen BI-tool. Oracle heeft het nadeel dat de licenties duur zijn, maar door het pakket dat we hebben onderhandeld, zijn de onderhoudskosten lager. Onze bestaande klanten zullen dus het neusje van de zalm krijgen zonder daar de volle pot voor te hoeven betalen. Ons prijsmodel wordt ook totaal anders. We hebben een eigen cloud, we kunnen onze klanten in de Oracle-cloud brengen, bedrijven kunnen on premise blijven en we kunnen dit alles in een SaaS-model aanbieden. Er zijn dus tal van combinaties mogelijk.”
 
BL: Hoe zijn de eerste reacties in de markt?

P. Van De Looverbosch: “De nieuwe Tris wordt tot nu toe positief onthaald. Waarom? De toekomst haalt ons in. Als je niet meegaat in het cloudverhaal dan ben je op een bepaald moment out of business. Ook verwachten medewerkers dat ze met bedrijfsapplicaties even intuïtief om kunnen gaan als met hun privé-applicaties. Anderzijds merken we dat bij de eerste klanten die we omschakelden het voor de gebruikers wel een grote ‘klik’ is om meer taakgestuurd te gaan werken. Het kan namelijk zijn dat een dossierbeheerder voor elk dossier vijf minuten extra werk heeft, maar de medewerker aan de laadkade twintig minuten minder werk heeft. Er is dan in het totale proces een efficiëntiewinst, maar er is een goede communicatie en change management voor nodig om dit ook intern erg duidelijk te maken. De logistieke dienstverleners zijn echt al mee in dit verhaal, maar voor de pure forwarders en douanedeclaranten ligt dit nog moeilijker. Als softwarehuis moet je innovatief zijn om niet te sterven, maar anderzijds mag je ook niet te ver voorop lopen, want dan is de markt er nog niet klaar voor. Dat is een moeilijke evenwichtsoefening.”
 

Toekomst

Vandaag werken al drie klanten met de nieuwe Tris-oplossing. Eén van de klanten koos voor een on premise model, twee klanten tekenden voor de cloud. Intris zette geen doelstellingen over de termijn waarop ze alle klanten willen omschakelen.
P. Van De Looverbosch: “Neen, we hebben dat niet gedaan, maar het omschakelen van al onze klanten zal sowieso heel wat werk vergen. Bovendien hopen we door onze moderne gebruikersinterface en realtime workflowgedreven systeem ook extra klanten te kunnen werven.”
 
BL: Is de keuze voor Oracle ook beïnvloed door het feit dat er heel wat internationale, grote bedrijven met dat platform werken en er dus misschien meer deuren kunnen opengaan?
P. Van De Looverbosch: “Dat was niet de insteek. We hebben echt wel naar de technologische capaciteiten van het platform gekeken. Anderzijds is het wel mooi meegenomen dat we een goed integratieverhaal hebben voor de grotere bedrijven. We hebben de laatste jaren toch enkele projecten aan onze neus voorbij zien gaan door onze onderliggende Progress-technologie. Die is overigens zeer goed, maar er zijn minder bedrijven die er al mee werken. Om groei te kunnen realiseren zullen we meer de internationale markt moeten opgaan, want de Benelux-markt is vrij verzadigd. Daarnaast denk ik dat de forwarders het steeds lastiger zullen krijgen en er de volgende jaren een rits overnames zullen plaatsvinden. Grotere forwarders stellen andere eisen en daar kunnen we vandaag aan beantwoorden. Hadden we de omschakeling naar de Oracle-technologie niet gemaakt, dan hadden we over enkele jaren waarschijnlijk niet meer bestaan. Nu zijn we klaar om er weer minstens voor tien jaar tegen aan te gaan.”
 
X