Lees Ook

Tijd voor digitale actie

Prof. Robin Kleer adviseert elk bedrijf zich voor te bereiden op digitalisering

Tijd voor digitale actie
Bedrijven zijn volop bezig met nieuwe technologieën in te zetten voor hun operaties en hun producten. Maar wat houdt digitalisering eigenlijk in? Welke technologie blaast ons allemaal omver? Hoe kunnen bedrijven meerwaarde creëren door samen te digitaliseren? En staan al onze jobs dan op de helling? Robin Kleer, associate professor Innovatiemanagement aan de Vlerick Business School raadt elk bedrijf – ongeacht de grootte – aan in digitalisering te investeren of er op zijn minst rekening mee te houden. Afwachten is geen optie.
 
Met onze mobiele telefoon kunnen we al lang meer dan enkel bellen en berichtjes versturen. Geleidelijk aan is er aan onze gsm extra functionaliteit toegevoegd, die heeft geleid tot de smartphone zoals we hem nu kennen. En om de zoveel tijd komen er nog updates bij, waardoor we met dat ene toestel steeds meer kunnen. In andere sectoren is het digitaliseringsproces minder geleidelijk tot stand gekomen. Zo veranderden mp3-bestanden vrij plots de muziekindustrie. Streaming ging nog een stap verder. Digitalisering sijpelt in alle aspecten van de maatschappij door. En niet alleen de producten die consumenten kopen, worden meer digitaal, ook bedrijven digitaliseren. En daarmee bedoelen we niet meteen een bedrijf dat een ERP-pakket heeft aangeschaft.
 
Prof. Robin Kleer: “Je IT-infrastructuur updaten met bijvoorbeeld een ERP-pakket is in feite de eerste voorwaarde om verder te kunnen digitaliseren. Maar er bestaan zoveel technologische mogelijkheden en ze vullen elkaar aan. Het is uiteraard al goed om één technologie te verbeteren, maar het is nog beter om daarnaast ook andere technologieën te optimaliseren. Samen creëren ze namelijk veel meer waarde. Denk maar aan Google Maps. Dat is een digitale kopie van het fysieke wegennetwerk. Het is handig om je rit te plannen, je hebt er overal toegang tot en je hoeft niet meer met wegenkaarten te zeulen. Het wordt evenwel nog interessanter als je via gps jezelf op die kaart kunt plaatsen, informatie over files ontvangt en richtlijnen krijgt om die vertraging te omzeilen.”
 
“Die connectiviteit is ook aanwezig in de logistiek”, voegt prof. Kleer eraan toe. “Zo is er ‘platooning’, waarbij een reeks vrachtwagens elektronisch aan elkaar gekoppeld zijn en de voorste truck de snelheid en route bepaalt van de andere trucks, die automatisch volgen. Die techniek verlicht de files en spaart energie uit. De connectiviteit vindt daarnaast haar ingang in machines. Zo kunnen bedrijven de status van hun machines dankzij sensoren bijhouden. Zo worden ze gewaarschuwd wanneer een toestel aan onderhoud toe is of wanneer een onderdeel moet worden vervangen. Op die manier is een betere service aan de klant mogelijk.”
 
VC: Welke technologie heeft veel potentieel om traditionele processen omver te werpen?
Prof. R. Kleer: “Dan denk ik meteen aan 3D-printers, het zogenaamde ‘additive manufacturing’. Hoewel de technologie al sinds de jaren tachtig bestaat, is ze nog niet ingeburgerd. Maar tegen 2030 zal 3D-printen enorm veel productieprocessen wijzigen. Traditioneel leer je dat het economisch interessant is om op grote schaal te produceren. Maar 3D-printers maken een eind aan dat principe. Je hoeft niet meer op grote schaal te produceren. Daarenboven kun je heel snel op wijzigingen in je productontwerp anticiperen. Voor een kleine productwijziging hoef je niet de hele productielijn aan te passen. Een simpele aanpassing in de software en de 3D-printer print je vernieuwde product.”
 
VC: Die techniek kan dan ook gemakkelijk onderdelen printen?
Prof. R. Kleer: “Klopt. Voorraadbeheer van onderdelen is voor bedrijven vaak een probleem. Je moet berekenen welke onderdelen je het vaakst nodig hebt en hoeveel stuks je best op voorraad houdt. Je weet niet met zekerheid of alle onderdelen ook nodig zullen zijn en intussen moet je plaats hebben om ze te bewaren. Met een 3D-printer kun je het onderdeel dat de klant vraagt, op het moment zelf printen. Hetzelfde geldt in de fabriek. Als een belangrijk onderdeel van een machine stuk gaat, kun je dat meteen printen. Je productielijn ligt minder lang stil en dat spaart je uiteraard heel wat geld uit. Een kanttekening is wel dat 3D-printers nog onvoldoende snel zijn en nog niet alle afmetingen aankunnen. We zullen ook nooit alles kunnen printen. Maar het heeft heel wat potentieel. Het biedt ondernemers zelfs nieuwe manieren om een product op de markt te brengen. Voor wie vroeger een idee had en daar een prototype van wou uitwerken, betekende dat een complexe en dure aangelegenheid. Maar nu kun je gemakkelijk je bestanden naar een 3D-printer mailen en het product laten printen.”
 

Aandachtspunten om te digitaliseren

Er is artificiële intelligentie, digital twins, blockchain, 3D-printen, sensoren, noem maar op. Er bestaan zoveel technologieën die een mogelijke meerwaarde voor bedrijven kunnen betekenen, dat de keuze niet eenvoudig is. Bovendien blijken na verloop van tijd niet alle opkomende technologieën ook stand te houden. “Het is moeilijk om in te schatten welke technologie belangrijk is”, bevestigt prof. Kleer. “Rond blockchain, en dan vooral rond het gedeelte bitcoin, hangt een enorme hype. Krantenkoppen schreeuwden het tien jaar geleden uit: bitcoin zal de hele financiële wereld op zijn kop zetten. Ik zeg niet dat blockchain geen effect zal hebben, maar de gevolgen zijn allemaal niet zo snel en ook niet zo sterk als op voorhand voorspeld. Veel nieuwe technologieën fluctueren heel lang. Daarmee bedoel ik dat ze de ene dag de grote oplossing zijn en de andere dag toch niet zo fantastisch blijken. Dat maakt het voor bedrijven moeilijk om uit te maken of een bepaalde technologie een meerwaarde zal hebben.”
 
VC: Een technologie moet een bepaalde maturiteit bereiken.
Prof. R. Kleer: “Het maakt het alleszins gemakkelijker. Cyber Physical Systems (CPS) bijvoorbeeld, zijn stabiel en je ondervindt er onmiddellijk de voordelen van. CPS integreert algoritmes, gegenereerd door computers, met fysieke componenten en processen. Machines zijn met elkaar verbonden en kunnen eigen beslissingen nemen als je dat wenst, ze kunnen op marktschommelingen reageren, ze kunnen de productieniveaus zelf – of met enige hulp van een medewerker – bepalen, enz. In diezelfde context hoor je vaak over een digital twin, een virtuele kopie van de fabriek. Je kunt situaties simuleren en zo zien wat de eventuele gevolgen op de fabriek zijn. Op die manier kun je beter forecasten, plannen en mogelijke storingen voorkomen.”
 
VC: Nu hebben we het over interne digitalisering, die gemakkelijk te organiseren valt. Anders is het als je met andere bedrijven aan de slag wilt gaan.
Prof. R. Kleer: “Zeker. Het vraagt meer tijd en vooral veel vertrouwen in elkaar als je met andere bedrijven wilt samenwerken. Centraal staat het communicatieprobleem. Je moet dezelfde taal spreken. Machines moeten gegevens met elkaar kunnen uitwisselen.”
 
VC: En laat nu net dat een van de meest heikele punten zijn: gegevens delen met andere bedrijven.
Prof. R. Kleer: “Vertrouwen is ongetwijfeld van belang en dat belang zal alleen maar toenemen. Als bedrijf moet je proberen een betrouwbare status op te bouwen, zodat andere bedrijven met je willen samenwerken. Het is gewoon heel voordelig om met elkaar samen te werken. Maar om te voorkomen dat informatie via derden met je concurrenten zou worden gedeeld, is het belangrijk duidelijke afspraken te maken en die in een contract te gieten. Zo’n contract is niet noodzakelijk tussen elk van je leveranciers, maar wel voor degene met wie je data wil delen om je productie efficiënter te maken. Je moet vermijden dat data-uitwisseling kan worden misbruikt.”
 
VC: Kun je misbruik volledig uitsluiten?
Prof. R. Kleer: “Niets is honderd procent veilig. Elk bedrijf kan worden gehackt. Je moet zeker en vast in goede IT-infrastructuur investeren en je moet medewerkers hebben die weten welke bescherming je nodig hebt voor de technologieën die je inzet. Verder moet je proberen zoveel mogelijk te weten over je eigen leveranciers én over de zakenpartners met wie zij samenwerken. Hoe gaan zij om met cyberproblemen? En dan hebben we het puur over je relatie met andere bedrijven. Je relatie met je consument is even belangrijk. Je draagt verantwoordelijkheid voor de producten die zij kopen, die uit steeds meer digitale snufjes bestaan. Die digitale producten kunnen ook worden gehackt. Je moet als producent je consument goed informeren over de updates. Het is belangrijk om een klantendienst te hebben waar consumenten steeds terecht kunnen om te controleren of hun product veilig is. Die klantendienst moet in rechtstreeks contact staan met je IT-afdeling, zodat je bij eventuele hacking snel en duidelijk kunt communiceren.”
 
VC: Als het gaat over digitalisering hoor je vaak dat mensen bang zijn om hun job te verliezen. Loopt het dan echt zo’n vaart?
Prof. R. Kleer: “De geschiedenis leert ons dat er jobs verdwijnen, maar ook dat er nieuwe worden gecreëerd. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens de industriële revolutie en dat zal ook tijdens deze vierde revolutie niet anders zijn. Robots, cobots, autonome voertuigen, 3D-printers, noem maar op, ze zullen allemaal een deel van het handwerk overnemen. Maar het zullen eerst de repetitieve en organisatorische jobs zijn die eruit gaan, niet degene die creativiteit vragen. Voor de medewerkers die hun job verliezen is dat geen goed nieuws. Maar we moeten hen als maatschappij opvangen en opleiden, zodat ze klaar zijn om een andere job op zich te nemen. In het meest ideale scenario is er geen werk meer nodig en kunnen we allemaal doen wat we willen. Dat is uiteraard een beetje overdreven, maar jobs verliezen omwille van technologische vooruitgang vind ik positief. Dan kunnen bedrijven zich focussen op belangrijkere aspecten van de business.”
 

Voorbereiden op digitalisering

Een heel aantal vormen van digitalisering vinden nu al hun ingang in de bedrijven. In magazijnen wordt er via voicepicking gepickt, ingenieurs lopen rond met ‘smart glasses’ om defecte machines te herstellen, robots voeren producten naar de verpakkingsdienst, enz. Er vindt al heel veel interactie plaats tussen medewerkers en technologie. Maar bedrijven moeten zich ook voorbereiden op diepgaandere digitalisering. “Daarvoor dienen de opleidingen van Vlerick Business School”, zegt prof. Kleer met een kwinkslag. “In de masteropleiding Digitale Supply Chain discussiëren we over de principes en organiseren we theoretische webinars. We analyseren casestudies, we nemen een kijkje bij bedrijven om te zien wat er allemaal al wordt georganiseerd. En we suggereren wat een goede volgende stap zou kunnen zijn op basis van de huidige status van het bedrijf en de omgeving waarin het opereert.”
 
VC: Hoe kunnen bedrijven zich dan op digitalisering voorbereiden?
Prof. R. Kleer: “Je moet je kritisch opstellen tegenover je activiteiten en je afvragen of digitalisering je businessmodel aantast en zo ja, welke facetten zullen worden beïnvloed. Als de kernactiviteit van je bedrijf wordt beïnvloed, moet je snel reageren en veel investeren. Gaat het eerder om een nevenoperatie, dan heb je meer tijd om te reageren. Stel dat je sterkte de kennis van je medewerkers is, dan moet je je de vraag stellen of die kennis in de toekomst nog waardevol zal zijn. Of zullen machines die kennis overnemen, omdat ze betere beslissingen kunnen nemen? Als digitalisering de kern van je operaties beïnvloedt, moet je meteen tot actie overgaan. Maar zelfs als het niet over je kernactiviteiten gaat, moet je erover nadenken hoe je technologieën kunt inzetten om je productie en service te verbeteren. Het is cruciaal om een medewerker aan te werven die je operaties ten gronde begrijpt en ook kennis van de technologieën heeft, zodat hij de link ertussen kan leggen.”
 
VC: Digitaliseren impliceert wel enige investering.
Prof. R. Kleer: “Dat klopt. Vandaar dat het belangrijk is om prioriteiten te stellen. Wat is het belangrijkste voor het bedrijf? Met welke investering(en) kan ik bereiken wat ik wil bereiken? Andere investeringen kunnen dan worden uitgesteld.”
 
VC: Kunnen bedrijven die weinig impact hebben op de keten en toch willen digitaliseren, andere bedrijven aansporen?
Prof. R. Kleer: “Absoluut. Zolang je over goede argumenten beschikt en de voordelen weet aan te tonen, kun je de bedrijven waarmee je samenwerkt overtuigen om voor een bepaalde technologie te kiezen. Maar als groot bedrijf heb je het voordeel dat je een nieuwe technologie gemakkelijker kunt opleggen. Je kunt er namelijk mee dreigen een andere leverancier te zoeken als de huidige leverancier niet in je digitale verhaal mee wil gaan.”
 
VC: Maar of je nu een klein of een groot bedrijf bent, je moet de mogelijkheden van digitalisering bestuderen?
Prof. R. Kleer: “Zonder twijfel. Het is best mogelijk dat als je de digitale mogelijkheden niet onderzoekt, je bedrijf de volgende tien, vijftien jaar kan overleven. Meer zelfs: je kunt minder kosten hebben dan je concurrenten, omdat je niet in nieuwe technologieën investeert. Maar uiteindelijk mis je opportuniteiten om verder te groeien. De transitieperiode naar de zelfrijdende auto mag je als autoproducent bijvoorbeeld niet missen. Er zullen altijd wel bestuurders zijn die volledig zelf willen blijven rijden, maar die markt zal steeds verder krimpen. Stap voor stap worden in de traditionele auto’s digitale aspecten geïntegreerd, denken we maar aan ABS (Antilock Braking System). Als je niet zelf de digitale mogelijkheden onderzoekt, zullen consumenten ook merken dat je achterophinkt. En dan spreken we alleen nog maar over het product zelf. Maar ook je productie kan efficiënter. En als je daarin niet investeert, zullen je producten na een tijdje gewoon te duur zijn in vergelijking met die van je concurrenten. Op korte termijn zullen de investeringen misschien niet meteen renderen, maar op lange termijn wel.”
 
VC: Afwachten is dus geen optie?
Prof. R. Kleer: “Dat denk ik niet.”
 
VC: Ook niet als iedereen afwacht wat de concurrentie doet?
Prof. R. Kleer: “Als iedereen wacht, is dat een soort van oplossing, maar dat is gewoon het geval niet. Zelfs al gaat het om kleine investeringen, ook die dragen bij tot vooruitgang. En anders zal er altijd wel een grote speler opduiken die over de financiële mogelijkheden beschikt om een technologie op te kopen en op die manier alle concurrenten met lege handen achterlaat. Dat risico wil je niet lopen. Maar goed, als je bewust de keuze maakt om te wachten en je kent je activiteiten, je weet waar je concurrenten mee bezig zijn en welke digitale mogelijkheden je hebt, dan kan dat. Maar als je wacht omdat je de technologieën niet begrijpt, dan kom je echt in de problemen.”
 Onderwerp: Supply Chain Management 
Lees Ook
X