Lees Ook

Een pakje hier, een pakje daar: speel het maar klaar

Innovaties bieden antwoord op uitdagende logistiek van de last mile

Een pakje hier, een pakje daar: speel het maar klaar
E-commerce veroorzaakt een fundamentele verandering in de manier waarop bedrijven omgaan met klanten en consumenten. Om aan de hoge verwachtingen te voldoen, transformeren bedrijven alle aspecten van hun business. Dat geldt vooral voor de processen van transport en logistiek, die de gevolgen van een stijgend aantal verzendingen, kleinere bestellingen en een groeiend aantal leveropties sterk voelen. GS1, de multinational die standaarden voor bedrijfscommunicatie ontwikkelt, focust op de trends, de uitdagingen en de innovatieve oplossingen die de ‘last mile’ hervormen.
Euromonitor International, een internationaal bedrijf dat marktonderzoeken uitvoert, voorspelt dat online retail in 2021 wereldwijd 1,8 biljoen euro waard zal zijn. Die pijlsnelle groei verschuift de focus naar de consument, die zowel in zijn werk- als in zijn privéleven dezelfde service verwacht. Bedrijven bieden daarom zowel voor de business-to-consumer als de business-to-business markt een grote waaier aan koop- en leveropties. Alle belanghebbenden in het omnichannel landschap zijn genoodzaakt hun processen aan te passen zodat ze efficiënt met consumenten en klanten kunnen interageren.
 
De transport- en de logistieke sector voelen de gevolgen van e-commerce het meest. Niet alleen groeit het aantal verzendingen enorm, bovendien gaat het om meer en meer kleine pakjes en zijn er nog eens de vele retours. De logistieke kosten swingen dan ook de pan uit. Zo besteedde Amazon in 2017 zo’n 41,5 miljard euro aan verzendingen en fulfilment. De leveringskosten waren goed voor meer dan een kwart van Amazons netto verkoopcijfers, wat een stijging is van 66% tegenover 2009.

Consumentgedreven trends

De traditionele marktplaats ruimt meer en meer plaats voor een elektronische marktplaats. Bedrijven zoals Amazon, Alibaba en Bol.com orkestreren de waardenetwerken, waar consumenten producten van verschillende producenten en retailers kunnen bestellen. Expediteurs verzorgen de leveringen en zullen noodzakelijk blijven om grote producten en grote bestellingen te vervoeren. Maar door het stijgende aantal kleine leveringen zullen koeriers, expresdiensten en transporteurs van (post)pakketjes aan belang winnen. Postorganisaties beseffen de opportuniteiten die de last mile met zich meebrengt, waardoor ze hun focus verleggen naar pakjesleveringen. Wereldwijd bracht de pakjesmarkt in 2017 zo’n 310 miljard euro op.
 
Een andere trend is de evolutie naar ‘physical internet’, open logistieke netwerken die de fysieke, digitale en operationele activiteiten met elkaar verbinden. Physical internet zorgt ervoor dat pakjes onafhankelijk kunnen worden getransporteerd, ook al maken ze deel uit van dezelfde bestelling. Dicht bij de eindbestemming wordt de bestelling opnieuw samengevoegd en aan de klant geleverd. Terwijl het pakje doorheen het netwerk reist, wordt op elk ‘knooppunt’ – dat kan een warehouse, haven, cross-dock zijn – autonoom beslist wat het vervolg van de route is. Daarbij wordt rekening gehouden met tijd, kosten, gebruik en betrouwbaarheid.
 
Tot slot nemen data een steeds prominentere plaats in de waardenetwerken in. Als verschillende belanghebbenden in real time data delen, levert dat in de eerste plaats inzichten op in de noden van de consument. Die inzichten kunnen worden gebruikt om processen efficiënter te maken en de consument meer persoonlijke diensten aan te bieden. Daarnaast zorgen data er ook voor dat er zicht is op de verzendingen, zodat er tijdig kan worden bijgestuurd waar nodig. Daarvoor is wel vereist dat concurrenten met elkaar samenwerken.
 

Uitdagingen

Het World Economic Forum, de jaarlijkse bijeenkomst van CEO’s, politici, intellectuelen en journalisten in Davos, voorspelt dat twee derde van de bevolking tegen 2050 in stedelijke gebieden zal wonen. In die drukbevolkte gebieden zullen steeds meer bestellingen moeten worden geleverd of teruggenomen en liefst zo snel mogelijk. Ze komen terecht in de winkel, thuis, in een verzamelpunt, e.d. Om de meest geschikte fulfilment optie te selecteren, is het belangrijk dat de logistiek samenwerkt met consumenten. De zichtbaarheid doorheen de waardeketen resulteert in efficiëntere lever- en retourprocessen, wat uiteindelijk leidt tot betere prestaties, meer tevredenheid en lagere fulfilment kosten.
 
Voor magazijnen – ook de meest recent gebouwde – is het een enorme uitdaging om efficiënt met de noden van consumenten om te gaan. Automatisering is cruciaal, willen bedrijven de productiviteit blijven opdrijven. Magazijnen die met de nieuwste technologieën werken, bereiken een enorme accuraatheid: picking loopt slechts 1 op 200 keer fout. In winkels gaat het over 2 op 5 fouten, terwijl winkels steeds vaker dienst zullen doen als voorraadhouders voor snelle fulfilment. Die voorraad maakt tegenwoordig deel uit van de online voorraad. Het zal dan ook belangrijk zijn dat vaker het juiste artikel in de winkel wordt gepickt. Dat kan door een beroep te doen op gestandaardiseerde identificatiesystemen.
 
Online kopers hechten veel belang aan leveropties en -service. Vandaar dat bedrijven er alles aan doen om de consument een zo goed mogelijke koopervaring te bezorgen. Er bestaat echter nog geen consensus over welke leverservices consumenten echt wel wensen en of ze voor de extra diensten willen betalen. Die aspecten verschillen ook sterk van regio tot regio. Algemeen geldt wel dat online consumenten enorm prijsgevoelig zijn en dat een deel van de consumenten niet online koopt omwille van te lange levertijden. Het blijft echter moeilijk in te schatten wanneer een bestelling thuis mag worden afgeleverd. Consumenten kunnen tijdens de week de voorkeur hebben voor leveringen op kantoor, maar in het weekend wel thuisleveringen verkiezen. E-commerce bedrijven analyseren daarom heel wat data om de voorkeuren beter te kunnen voorspellen. Maar tegelijk staan consumenten niet te springen om extra gegevens te delen.
 
In 2014 kocht zo’n 30% van de online kopers goederen buiten de landsgrenzen. Tegen 2020 wordt verwacht dat 45% onder hen internationaal koopt. Dat wil zeggen dat er steeds meer handel over de grenzen heen plaatsvindt. Om Europese bedrijven te helpen, heeft de EU de Europese BTW e-commerce regelgeving ingevoerd. De import van de vele e-commerce producten had namelijk een enorme impact op Europese bedrijven die allerhande belastingen moesten betalen. Dat zorgde voor een zwakke concurrentiepositie tegenover buitenlandse bedrijven. De Europese regelgeving stelt dat vanaf 1 januari 2021 elk geïmporteerd goed moet worden aangegeven en dat de daarbij horende BTW moet worden betaald voordat het goed de EU binnenkomt.
 

Opkomende innovaties

Er zijn een aantal innovaties op til die de uitdagingen aanpakken die de last mile met zich meebrengt. Het zijn oplossingen die de omgeving transparanter en efficiënter moeten maken en de last mile in het omnichannel ecosysteem integreren.

Pakjesidentificatie 
De Europese Commissie wil als deel van het digitale eenheidsmarktinitiatief een etiket uitwerken voor pakjes die over verschillende landen worden vervoerd. Het etiket moet bestaan uit een gemeenschappelijke identificatiecode. De Europese Commissie stelde daarvoor het CEN (Comité Européen de Normalisation), een standaardiseringsorganisatie, aan. Het CEN benoemde de GS1 Serial Shipping Container Code (SSCC, zie kader) om pakjes te identificeren en het mogelijk te maken geharmoniseerde interactie te hebben tussen alle belanghebbenden in het logistieke netwerk. Alle partijen kunnen het geharmoniseerde pakjesetiket gebruiken om de reis van het pakket gemakkelijker te traceren. CEN werkt nu aan de uitwisseling van gegevens tussen handelaars, logistieke operators, cross-border agentschappen en andere relevante partijen.

Stadsleveringen 
In stedelijke gebieden zijn chauffeurs vaak lang onderweg. Dat beperkt het aantal mogelijke leveringen en verhoogt de kosten, terwijl de goederen vaak een lage waarde hebben. Een belangrijke oorzaak is dat leveringen onvoldoende per gebied zijn gepland, waardoor ze niet kostenefficiënt zijn. Stedelijke consolidatiecentra en geconsolideerde leveringen vormen een oplossing. In de centra komen, via uiteenlopende logistieke bedrijven, goederen van verschillende producenten aan. De goederen worden gereorganiseerd in één geconsolideerde levering die vervolgens richting verschillende stadsdelen vertrekt.
 
Die consolidaties vereisen een reorganisatie van de informatiestroom. Binnenstadservice, een Nederlands consolidatiecentrum, was de eerste organisatie die daarvoor het CEN geharmoniseerde pakjesetiket implementeerde. Alle chauffeurs die voor Binnenstadservice werken, moeten de GS1 SSCC barcode scannen die op het pakjesetiket is geprint. De scans worden opgeladen in het systeem van Binnenstadservice, dat ook de originele afzender van elk geleverd pakje bevat. Wanneer een pakje is geleverd, vraagt het systeem een leveringsbevestiging van de originele afzender.
Stedelijke consolidatiecentra dragen bij tot minder bestelwagens in de stad, wat positief is voor het milieu. Er worden in korte tijd ook meer pakjes geleverd, wat dan weer een kostenbesparing oplevert.
 
Collaboratieve routing centra
Collaboratieve routing centra (CRC’s) vormen een voorbeeld van consolidatiecentra waar verzendingen van verschillende verladers en expediteurs worden gebundeld. Verladers kunnen volle vrachtwagens over een lange afstand van het centrale distributiecentrum naar het lokale CRC sturen. Daar worden de leveringen van uiteenlopende verladers gecombineerd tot een geconsolideerde levering voor de last mile. Dat betekent dat er minder vrachtwagens nodig zijn tijdens de last mile, wat ook de files doet afnemen. Het vereist wel dat logistieke dienstverleners op collaboratieve platformen data delen met hun handelspartners.

Mix-move-match 
Het principe van CRC wordt gevolgd in zogenaamde mix-move-match netwerken. Goederen van uiteenlopende logistieke partijen uit verschillende regio’s stromen binnen in één gebouw, waar de producten worden gehergroepeerd. Het consolidatiemagazijn is zo dicht mogelijk bij de leverlocatie van consumenten gevestigd. 3M Logistics heeft het mix-move-match proces voor de hele supply chain geïmplementeerd. Dat wil zeggen dat ook alle logistieke dienstverleners waarmee 3M samenwerkt GS1 SSCC barcodes op de etiketten van de pakjes hebben geïntegreerd. Sindsdien heeft 3M de logistieke kosten met meer dan 35% kunnen terugschroeven.
 
Pakjeskluizen
Nog in de stad is het voor consumenten gemakkelijk om bestellingen af te halen in een beveiligde kluis, die ze met een veiligheidscode kunnen openen. De kluisjes zijn vaak uitgebaat door koeriersbedrijven zoals DHL of UPS. Als consumenten echter van verschillende online retailers een product bestellen, kan dat ertoe leiden dat de ene retailer bijvoorbeeld een kluis van DHL kiest en de andere een UPS-kluis. De consument moet dan de goederen op verschillende kluislocaties oppikken. Daar passen kluisjesaanbieders zoals MyPuP.nl een mouw aan. Consumenten registreren zich één keer op de website. Als ze dan bestellingen plaatsen, kunnen ze aan de retailer de kluisjeslocatie van hun voorkeur aangeven.
 
Importconsolidatie
Wanneer je als consument een bestelling bij een internationale online retailer plaatst, kunnen de verzendkosten hoog oplopen omwille van cross-border verzendkosten. ParcelMotel (Ierland), EShopWeDrop (Europa), DimBuy (Hongkong) en OYM-PTS (China) zijn speciale diensten die leveringen consolideren in het land van de online retailer in kwestie. De geconsolideerde levering wordt dan naar het land van de consument verscheept. Het voordeel is dat voor de verzendkosten naar het consolidatiecentrum binnenlandse tarieven worden aangerekend. En die liggen een stuk lager dan de internationale tarieven.
 
Vrachtwagens volledig benutten
Als het over transport en logistiek gaat, zijn er vier belangrijke aspecten: het beschikbare aantal palletplaatsen, het beschikbare volume in het voertuig, het maximale gewicht dat een voertuig kan dragen en de tijd waarin leveringen moeten plaatsvinden. Vaak is de logistiek al tevreden als een van de vier aspecten op punt staat. Nochtans kan een combinatie van meerdere aspecten winstgevend zijn.
 
Procter & Gamble, producent van huishoudelijke en verzorgingsproducten, en Tupperware, producent van huishoudelijke producten in kunststof, werken samen op het vlak van volume en gewicht. Ze ontdekten dat veel van hun goederen naar dezelfde locaties in België en Griekenland werden gebracht. De vrachtwagens van P&G waren volgeladen op basis van gewicht, die van Tupperware op basis van volume. De producenten combineerden hun verzendingen door de ruimte boven de P&G-pallets op te vullen met Tupperware producten. De kostenbesparing wordt op 17% geschat. Bovendien is de gemiddelde doorlooptijd voor Griekse bestellingen van Tupperware ingekort.

Werking GS1 Serial Shipping Container Code (SSCC)

1. De verlader ontwikkelt de GS1 SSCC die een link legt naar informatie over het specifieke product, de hoeveelheid waaruit de verzending bestaat en referentiedata, zoals het aantal bestellingen door de consument. De SSCC zit vervat in een barcode op een geharmoniseerd pakjesetiket. 

2. De verlader geeft de pakjes mee aan een expediteur voor de levering. De expediteur scant de barcodes (met een SSCC) van de pakjes om het transport van de verlader naar het stedelijke consolidatiecentrum te beheren. 

3. De expediteur transporteert de pakjes naar het stedelijke consolidatiecentrum, waar ontvangst van elk pakje – gebaseerd op zijn SSCC – wordt bevestigd. In het consolidatiecentrum komen intussen ook pakjes van andere verladers aan. 

4. Het consolidatiecentrum heeft, voordat de pakjes er terechtkomen, al het leveringsadres en andere relevante informatie over elk pakje van elke verlader ontvangen. Aangezien de verladers ‘global location numbers’ hebben gebruikt voor de leverlocaties kan het consolidatiecentrum gemakkelijk alle pakjes consolideren die naar dezelfde consumentlocatie moeten worden verstuurd. 

5. De levering binnen de stad kan nu worden uitgevoerd. De eindlevering, geïdentificeerd door GS1 Global Identification Number for Consignment (GINC), en informatie over de specifieke pakketjes zijn gelinkt. 

6. Het consolidatiecentrum geeft de eindverzending aan een expediteur, die de levering in de binnenstad voorziet. De expediteurs bevestigen de SSCC van elk pakje. 

7. De expediteur levert de pakjes aan de consument, die via de SSCC de ontvangst bevestigt. Het systeem van het consolidatiecentrum ontvangt de bevestiging en kan nu overgaan tot de betaling van de leveringen door gebruik te maken van de GS1 GINC. 

8. Het consolidatiecentrum kan via de SSCC’s ook aan de verladers bevestigen dat de pakjes succesvol zijn geleverd. Het kan nu ook zijn diensten in rekening brengen bij de verladers en de ontvangers.
X