Lees Ook

Nieuwe Europese regelgeving belangrijk voor e-commerce

Btw en uitgebreide importaangiftes laten virtuele marktplaatsen niet onberoerd

Nieuwe Europese regelgeving belangrijk voor e-commerce
De zesde editie van het douanecongres was digitaal, maar dat kon de pret niet drukken. De organisatoren hadden Juntao Song als keynote spreker kunnen strikken, de secretaris-generaal van Alibaba’s Economy’s Globalization Office. E-commerce was dan ook de rode draad tijdens het congres, niet in het minst omdat de nieuwe Europese regels die dit jaar in voege treden, een grote impact zullen hebben op de e-commerceplatformen.

 
 Begin december 2018 tekende de Chinese internetgigant Alibaba een overeenkomst met de Belgische overheid (lees: de douaneadministratie) voor de oprichting van een e-commerce trade hub op de vrachtluchthaven van Luik.
Alibaba’s logistieke dochter, Cainiao, huurt daarvoor 220.000 vierkante meter opslag- en distributieruimte en zal in een eerste fase 75 miljoen euro investeren. Verwacht wordt dat Alibaba vanaf 2021 dagelijks zo’n 15 jumbo-vrachtvliegtuigen in Luik zal behandelen, goed voor 7,5 miljoen pakjes per dag.
 

 
Dit project vormt een onderdeel van Alibaba’s eWTP (electronic World Trade Platform) en België is het eerste Europese land dat daar deel van uitmaakt. De twee andere landen zijn Maleisië voor Zuid-Azië en Rwanda voor Afrika.
Juntao Song: “Het eWTP is ontwikkeld om landen te helpen de handelsgrenzen voor e-commerce te verminderen en kmo’s meer concurrentieslagkracht te geven in de wereldwijde markt. Het eWTP is een privé-initiatief dat de dialoog tussen privé en overheid faciliteert om best practices uit te wisselen, nieuwe handelsregels uit te denken en meer geïntegreerde en inclusieve handelsregels te bevorderen. Onder de eWTP-paraplu kunnen bedrijven e-commerce hubs oprichten en overheden virtuele free trade zones creëren voor kleine ondernemingen. Op die manier wil Alibaba een onderdeel zijn van de Gateway to China en er mee voor zorgen dat kwalitatieve goederen van over heel de wereld China bereiken. Binnen dit en vijf jaar mikken we op een goederenstroom ter waarde van 200 miljard USD.”
 

Data is de olie van vroeger

Opmerkelijk is de grote plaats die kmo’s in dit alles innemen. Naar eigen zeggen zit de ondersteuning van kmo’s in het DNA van Alibaba en wil het Chinese bedrijf hen helpen de wereldmarkt te veroveren. De nieuwe technologieën maken dat niet alleen mogelijk, bovendien versterkt de rechtstreekse link tussen productie en consument de b2c-handel. “Olie was vroeger de belangrijkste grondstof; de energie van de toekomst is data”, aldus Juntao Song, die ook nog liet weten dat de Chinezen nu veel meer Belgische pralines en bieren invoeren.
 
Een tweede opmerkelijk feit is de samenwerking met de overheid binnen het eWTP, wat door Juntao Song werd benadrukt, aangezien “de marktwerking niet perfect is en zijn zwakke plekken kent. We hebben de overheid nodig voor de regelgeving. Privé-initiatieven ontwikkelen innovatieve concepten en modellen, maar hebben de overheid nodig om hen te ondersteunen. Met de Belgische overheid trachten we in Luik twee zaken te realiseren: de import- en exportstroom van kleine pakjes stroomlijnen en de formaliteiten faciliteren via nieuwe technologie, én de controle met betrekking tot de douanewaarde beheersen.”
 

Douane moet koorddansen

Het zal voor de douane inderdaad een hele opdracht zijn om een vloeiende logistieke goederenstroom te kunnen blijven garanderen, zonder grip te verliezen op het controleproces. Werner Rens, adviseur-generaal Marketing bij de Algemene Administratie Douane & Accijnzen, omschreef de drie grootste risico’s bij dit pakjesverkeer: namaak, geen productconformiteit (CE-regels) en een te lage douanewaarde: “Een ongecontroleerde e-commerce kan voor een enorme economische schade zorgen, maar vormt ook een groot gevaar voor de volksgezondheid en de veiligheid. Denk maar aan de invoer van onveilig speelgoed of niet-goedgekeurde farmaceutische producten.”
 
Werner Rens rekende uit dat met alle e-platformaanbieders bij elkaar, de Belgische douane zich binnenkort aan tien miljoen zendingen per dag mag verwachten. Gelukkig betekent dat niet dat de douanesystemen tien miljoen e-commerceaangiften zullen moeten verwerken. De aangevers kunnen immers al enkele jaren gebruikmaken van BE-GATE, waarbij een zeer groot aantal zendingen in één specifieke datafile kan worden verwerkt. “Die datafile vormt de basis voor onze risicoanalyse, waardoor wij – nog voor het vliegtuig gelost wordt – goederen kunnen vrijgeven of melden dat ze moeten wachten voor controle”, klinkt het.
 
Daarnaast zit er ook een grote Europese studie in de eindfase: een onderzoek naar de IT-systemen, werkprocessen en het risicobeheer van de Belgische douane dat zal leiden tot een end-to-end approach op maat, gebaseerd op ‘best international practices’. Het hieraan gekoppelde actieplan wordt binnenkort uitgerold.
 

E-commerceplatforms mee verantwoordelijk voor btw-inning


Vanaf 1 juli 2021 verdwijnt de btw-vrijstelling voor kleine zendingen tot 22 euro, waardoor voor elke invoer btw verschuldigd is. Enkel goederen met een douanewaarde hoger dan 150 euro vereisen nog een bijkomende douaneaangifte.
Om de btw-inklaring voor e-commercegoederen te vereenvoudigen, heeft de EU een nieuwe dataset H7 ontwikkeld. Op deze ‘super reduced’ aangifte hoeft de aangever slechts een derde van de gegevens van een standaardaangifte (voor goederen met een waarde tot 150 euro) in te vullen.
Momenteel is de Belgische douane de huidige PLDA-toepassing aan het updaten zodat H7 vanaf juli voor alle aangevers van e-commercegoederen beschikbaar zal zijn.
 
De nieuwe btw-regels zijn erg belangrijk voor grensoverschrijdende internetverkopen, -diensten en e-commerce. De ‘faciliterende’ e-commerceplatforms die koper en verkoper via hun website of marktplaats met elkaar in contact brengen (denk aan Alibaba, Amazon, eBay), worden namelijk in bepaalde gevallen verantwoordelijk gemaakt voor de afdracht van de btw.
Als een platform bijvoorbeeld goederen afkomstig van buiten de EU, via een transporteur aan een EU-consument levert, dan wordt het platform verondersteld dat het de goederen zelf heeft geleverd als de waarde minder dan 150 euro bedraagt. Het platform moet dan de btw betalen in de lidstaat waar de consument de goederen afneemt.
 
Het platform kan deze btw-aangifte verrichten via een iOSS (import One Stop Shop)-aangifte, waardoor het alle zendingen voor de EU slechts in één lidstaat hoeft aan te geven. Deze btw-verantwoordelijkheid zal alvast een zorg minder betekenen voor de Belgische douaneaangevers, die vaak voor btw-ontduiking moeten opdraven zonder dat hen enige schuld treft, omdat zij moeten voortgaan op de informatie en documenten van hun opdrachtgevers.
 

Uitgebreid importcontrolesysteem

Een andere nieuwigheid die er dit jaar zit aan te komen, is het volledig nieuwe importcontrolesysteem (ICS2). De oorsprong van ICS ligt in de terreuraanslagen van nine-eleven. Onder het motto ‘finding the bomb in the box’ werd ICS in 2009 van toepassing. ICS verplicht de vervoerder die goederen de Europese Unie binnenbrengt, onder meer om de douane van tevoren op de hoogte te stellen van de aard van die goederen. Het is de verantwoordelijkheid van de vervoerder om de juiste informatie van zijn klanten te ontvangen.
 
Een jaar later al bewees het zogenaamde Yemen-incident de onvolledigheid van dit importcontrolesysteem. Want, wat was er gebeurd? Vanuit Yemen werd een postpakket naar de VS gestuurd met daarin een printer. Tijdens een tussenlanding in de EU ontdekte men per toeval dat de printer in feite een bom was. Wie de eigenlijke verzender en wie de uiteindelijke ontvanger waren, was niet bekend. En alsof dat nog niet genoeg was, vloog het postpakket mee met een passagiersvlucht.
 
Het nieuwe ICS, dat er over enkele maanden zit aan te komen, omvat grosso modo twee grote wijzigingen:
Ten eerste komt er een volledige gegevensuitwisseling tussen de autoriteiten in de EU-landen en de controles worden op elkaar afgestemd om een waterbedeffect te voorkomen (wanneer de ene lidstaat meer controleert dan de andere, krijgt men gewoon een trafiekverschuiving);
Ten tweede komt er een sterke uitbreiding van datagegevens in de aangifte – denk aan verzender, ontvanger (in plaats van het huidige logistieker X in land A en logistieker Y in land B) – en moeten er veel meer partijen worden vermeld. Ook moet de omschrijving van de goederen via de HS-codes gebeuren, een internationaal gestandaardiseerd systeem van namen en nummers om producten te classificeren.
 
Het blijft, net zoals bij het vroegere ICS, de verantwoordelijkheid van de vervoerder om deze informatie aan de douane te bezorgen. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat vervoerders die taak zullen uitbesteden aan gespecialiseerde expediteurs en douaneaangevers.
Om ICS2 echt vlot te laten lopen, worden ‘port community’ systemen, waarin alle betrokken partijen hun data afleggen en delen met elkaar, steeds meer van cruciaal belang.
 
Vanuit de vaststelling – en hier komt de e-commerce handel in het vizier – dat douaneautoriteiten niets, maar dan ook niets weten over postpakketten en slechts een heel klein gedeelte over de expreszendingen, wordt bij hen ICS2 het eerst geïmplementeerd.
Deze sectoren zullen vanaf 15 maart starten met een minimale dataset voor leveringen naar Europa. Op 1 maart 2023 wordt ICS2 verplicht met de volledige dataset voor postpakketten, expresleveringen, luchtvrachtzendingen en -expediteurs en vanaf 1 maart 2024 is dit verplicht voor alle transportmodi. 
AM
 Onderwerp: Supply Chain Management 
Lees Ook
X