Lees Ook

Automatisering als antwoord op hoge servicevereisten

Agristo houdt vast aan automatisch hoogbouwmagazijnconcept van Egemin

Automatisering als antwoord op hoge servicevereisten
In dertig jaar tijd groeide Agristo uit tot een wereldspeler op het terrein van diepgevroren aardappelproducten. Een van dé huidige uitdagingen voor de voedingsproducent is om de stijgende logistieke druk meester te blijven. Met het oog op een hogere efficiëntie trok Agristo een paar jaar geleden resoluut de automatiseringskaart. Na de succesvolle oprichting van een automatisch hoogbouwmagazijn in Tilburg, kreeg ook de nieuwe site in Nazareth zijn eigen exemplaar. In Wielsbeke, waar een nieuwe fabriek wordt gebouwd, wil Agristo nu samen met zijn vaste automatiseringspartner Egemin een nog groter vrieshuis volgens hetzelfde concept automatiseren.
Sinds 1986 richt Agristo zijn pijlen op de private labelproductie van diepgevroren en voorgebakken aardappelproducten, zoals onder andere frieten, kroketten en aardappelnootjes. Op zijn strategisch gelegen productievestigingen krijgt het familiebedrijf aardappelen uit zowat de volledige West-Europese aardappelcluster aangeleverd. 

“Om één kilogram friet te produceren hebben we twee kilogram aardappelen nodig. Vanwege die volumineuze stroom grondstoffen, hebben we onze productievestigingen zo dicht mogelijk bij de aardappelboeren”, schetst Carmen Wallays, procurement & logistics director bij Agristo, de achtergrond van het bedrijf. “Het begon allemaal in Harelbeke, waar nog steeds ons hoofkantoor is. Omdat we op die site niet verder konden groeien, hebben we in 2001 een bestaande aardappelfabriek in Tilburg overgenomen. Toen in 2011 onze grootste leverancier van aardappelspecialiteiten te koop stond, viel de strategische beslissing om ook die fabriek over te nemen. Zo konden we bestaande klanten continuïteit en diversiteit garanderen en tegelijk bepaalde markten, zoals Engeland, met aardappelspecialiteiten laten kennismaken. De nieuwe site in Wielsbeke, tot slot, komt er om onze frietproductie voldoende groeimarge te geven.”

​Hoge druk op magazijnen

Agristo heeft ervoor gekozen aan elk van zijn fabrieken een distributiemagazijn te koppelen, van waaruit producten over 115 landen worden verdeeld. Jaarlijks worden in alle dc’s samen 30.000 vrachtwagens geladen. Zo’n 65% van de producten blijft binnen Europa, 35% trekt vooral naar Amerika, Australië en het Midden- en Verre Oosten. Door zijn magazijnen aan de productiesites te linken, is het transport tussen de fabriek en de magazijnen minimaal. 

De beslissing van Agristo om zijn grootste diepvriesmagazijnen sterk te automatiseren, is vooral gestoeld op de hoge servicevereisten van de klant. 
Carmen Wallays: “Onze klant is koning, en dat beseft hij ook. Bovendien willen steeds meer klanten zelf minder voorraad. Dat zorgt dat wij zeer snel moeten kunnen uitleveren. Vooral bij Britse klanten is die trend heel uitgesproken. Zo komt het dat we binnen Europa heel veel op voorraad produceren. Maar ook de exportmarkt wordt voor ons steeds belangrijker. Vandaag zijn exportklanten even belangrijk als Europese klanten. Dat drijft de druk eveneens op. Door de automatisering beperken we ook het aantal handelingen op onze eindproducten, wat de kwaliteit van pallets en dozen ten goede komt.”

Bovenop die servicevereisten komt het hoge aantal SKU’s (Stock Keeping Units). “Als private labelleverancier beantwoorden wij vanzelfsprekend aan individuele wensen. Binnen al onze magazijnen samen herbergen we maar liefst 1.260 verschillende eindproducten en nog eens 700 halffabrikaten. De nood om al die diepvriesproducten in een beperkte – want dure – ruimte op te slaan, was een andere reden om sterk te gaan automatiseren”, aldus Carmen Wallays.

​Behoud van bewezen concept

Het eerste geautomatiseerde diepvriesmagazijn kwam er in Tilburg in 2012. Carmen Wallays: “Voor het automatiseringsproject zijn we in zee gegaan met material handling leverancier Egemin Automation, met wie we meteen op dezelfde lijn zaten. Die klik was belangrijk voor ons. Het gaat hier immers niet alleen over het leveren van mechanische onderdelen maar over het samen bedenken van een concept.” 
Het project in Tilburg omvatte acht palletkranen van 40 meter hoog en biedt ruimte aan zo’n 25.000 pallets, die bij -25 graden Celcius worden opgeslagen. Ook de gespecialiseerde software voor magazijnbeheer en -sturing leverde Egemin. Voor de in- en uitvoer van pallets werden drie conveyorsystemen op verschillende niveaus voorzien. Een daarvan wordt gebruikt voor de invoer, twee voor de uitvoer. Zo bereikt Agristo in Tilburg een piekcapaciteit van 120 ingaande pallets en 240 uitgaande pallets. Om het transport tussen de productie en het magazijn te optimaliseren, heeft Egemin tussen de end-of-line productie en de laagbouw voor bulkopslag een conveyorverconnectie voorzien.

In 2015 werd beslist om ook in Nazarath een automatisch kranenmagazijn te bouwen, als eerste stap in de productie-uitbreiding op de site. Dit magazijn is bijna een kopie van dat in Tilburg. Opnieuw acht magazijnkranen staan in voor de automatische opslag van 24.500 europallets, goed voor bijna 17.500 ton diepgevroren aardappelproducten. Ook het principe van enkele aanvoer en dubbele uitvoer, met dezelfde capaciteit, werd behouden. “Aangezien we 7/7 en 24/24 produceren, met een logistieke dienst die 16 uur per dag klaarstaat, moeten we grote buffers snel kunnen verhandelen. Dit hoogbouwmagazijn is daar perfect voor”, legt Carmen Wallays uit. 

“Bovendien kunnen we pallets nu zeer snel uitslaan”, gaat het verder. “In 15 à 20 minuten tijd kunnen we de lading voor een vrachtwagen uit het magazijn halen. We hoeven geen kostbare expeditieruimte vrij te maken om pallets klaar te zetten of pallets te verplaatsen als de planning verandert. Alleen om te laden gebruiken we nog heftrucks, aangezien automatisering op dat vlak geen meerwaarde bood. Om de wachttijden te minimaliseren, stellen we ons ook targets. Tussen aanmelding en vertrek van de vrachtwagens zit amper een uur. Je kunt gerust stellen dat die snelle uitslag voor ons een zeer belangrijk competitief wapen is geworden.”

Jery Bonny, logistiek manager bij Agristo: “Aangezien we gekozen hebben voor hetzelfde concept, konden de analyses voor het hoogbouwmagazijn in Nazareth snel gebeuren. Op bepaalde punten hebben we wel verbeteringen aangebracht, met name op het vlak van veiligheid magazijn en de expeditie. Ook de implementatie verliep vlot. Tussen het begin van de grondwerken en de oplevering zaten amper negen maanden. Sinds dit voorjaar zijn we live. Het magazijn is relatief goed gevuld met producten uit de fabriek in Nazareth, aangevuld met producten uit Harelbeke en Tilburg die via vrachtwagens worden aangeleverd. Zo kunnen we voor eenzelfde klant verschillende producten uit verschillende fabrieken vanuit dit warehouse samen verladen.” 

Derde magazijn met dubbele opslagcapaciteit

Met de aankoop van de voormalige bedrijventerreinen van Unilin in de Ridder de Ghellinckstraat in Wielsbeke, zette Agristo een verdere belangrijke stap in zijn groeistrategie. “De wereldwijde markt voor diepgevroren aardappelproducten blijft sterk groeien. Mede door de overnames is onze productie fors gestegen. Eind vorig jaar klokten we af op 400.000 ton aardappelproducten. De nieuwe site – goed voor een investering van 100 miljoen – moet ons toelaten onze capaciteit tegen eind 2017 met nog eens 50% te verhogen. Momenteel werken we met 450 mensen, in Wielsbeke zullen er nog eens 100 jobs bijkomen”, zo luidt het.

Recent zijn de werken op de site gestart. Op de planning staat ook een distributiecentrum dat met 50.000 palletplaatsen even groot zal zijn als de magazijnen in Tilburg en Nazareth samen. Agristo wil er niet enkel de productie in Wielsbeke zelf opvangen, maar ook de pallets in huis halen die nu nog op zo’n 15.000m² externe ruimte worden opgeslagen. Samen met Egemin zal opnieuw hetzelfde automatiseringsconcept naar die grotere oppervlakte worden vertaald.
Carmen Wallays: “De grote voordelen die het concept ons biedt, zijn intussen wel gebleken. Niet alleen op het vlak van snelheid, maar ook op het vlak van kwaliteit. Elke pallet die het hoogbouwmagazijn binnenkomt, wordt automatisch gecontroleerd, zodat we zeker zijn dat enkel perfecte pallets ons automatische magazijn binnenkomen en verlaten. Beschadigingen zijn dankzij de beperkte handling minimaal. Voorts hebben onze automatische magazijnen een relatief lage ecologische voetafdruk. Zo is verlichting er overbodig en wordt de energie die vrijkomt bij het dalen of afremmen van de kranen, gerecupereerd. Dat vermijdt ook dat er warmte vrijkomt, waardoor we nog meer zouden moeten koelen.”

Klemtoon op duurzaamheid en partnerships

Die klemtoon op duurzaamheid legt Agristo ook buiten zijn magazijnmuren. Zo zorgt in elke productievestiging een zuiveringsinstallatie ervoor dat water voor het wassen, schillen en blancheren van de aardappelen zoveel mogelijk wordt gezuiverd en gerecupereerd. Ook zet Agristo in op duurzaam transport. Vanuit de productiesite in Tilburg vertrekken jaarlijks zo’n 4000 containers via de vlakbij gelegen Barge Terminal Tilburg (BTT) aan het Wilhelminakanaal. Ook de nieuwe terminal in Wielsbeke, op 100 meter van de nieuwe site, biedt perspectieven op dat vlak. De site ligt bovendien net naast die van Crop’s. Dat bedrijf laat containers met diepgevroren groenten en fruit aanvoeren, wat het potentieel nog verhoogt. “Aandacht voor duurzaamheid wordt steeds belangrijker, niet in het minst voor voedingsbedrijven. Met aardappelen als basisgrondstof zijn wij direct afhankelijk van de natuur. Het milieu verdient dus al onze aandacht. Uiteraard zijn de kostenbesparingen die duurzamer werken oplevert mooi meegenomen”, zegt Carmen Wallays.

Tot slot gelooft Agristo sterk in de toegevoegde waarde van partnerships. “Naast de opbouw van de site in Wielsbeke is het versterken van de samenwerking met leveranciers en klanten momenteel een prioriteit”, stelt Carmen Wallays. “Zo hebben we samen met onze kartonleverancier een systeem opgezet waarbij we via zijn labels alle informatie over het product meteen in onze software kunnen inlezen. En samen met een Britse klant hebben we gewerkt aan een betere belading van onze containers. Door op een constructieve manier de banden aan te halen, willen we het maximum uit onze relaties halen. Dat is meteen ook de reden waarom wij een groot deel van het pootgoed zelf verhandelen. Zo krijgen we nog meer grip op de kwaliteit en de variëteit van het eindresultaat. Maar sowieso houdt het nooit op. Continu moeten we op zoek naar verbeteringen. Daarom hebben we ook een nieuwe functie in het leven geroepen met de titel ‘operational excellence’. Zo willen we continu de zwakkere schakels in onze supply chain detecteren en versterken.”

Kaderstuk: ​Groeiende honger naar automatisering in de voedingssector

De voedingssector doet het momenteel zeer goed in onze contreien. “Veel heeft te maken met de toenemende vraag naar ‘convenience food’ wereldwijd. Vooral aardappelverwerkende bedrijven en diepvriesproducten profiteren van die trend”, legt Henk Deloof, commercial manager bij Egemin Automation uit. “Ook bedrijven als Poco Loco, dat snacks op basis van maïs maakt, pikken een graantje mee. Voor dat bedrijf realiseren we momenteel een hoogbouwmagazijn in Roeselare. Maar ook van andere voedingsbedrijven krijgen we momenteel grote opdrachten. Zo gaat Alpro twee automatische magazijnen in België en Frankrijk met ons bouwen.”

Diverse redenen doen voedingsbedrijven voor automatische magazijnen kiezen. Op de eerste plaats denkt men natuurlijk spontaan aan het economische aspect: de stijgende grondstofprijzen, kleine winstmarges, hoge personeelskosten, enzovoort. Ook de druk op de leveringstermijnen is – zoals bij Agristo – een beweegreden. “Verder mogen we het verhoogde belang van kwaliteit niet onderschatten. De kans dat je pallet binnen een automatisch magazijn beschadigd raakt is verwaarloosbaar”, voegt Henk Deloof eraan toe. “Automatische systemen – en dan met name de achterliggende software – laten bovendien toe meer grip te krijgen op de houdbaarheidsdata. Retailers eisen vaak een bepaalde minimumperiode tussen ontvangst en de vervaldatum met het oog op een maximale periode. Ook zulke zaken zijn beter binnen een automatisch magazijn te managen.”

Voedingsproducenten, die in hun magazijnen vooral pallets opslaan, kiezen heel vaak voor kranenmagazijnen in een hoogbouwconstructie. 
Henk Deloof: “Omdat grond steeds schaarser en duurder wordt, gaan we steeds meer de hoogte in. Stilaan begrijpen overheden dat en kunnen we vaker hoog bouwen. Hoogtes van meer dan 40 meter zijn geen uitzondering meer. Net als bij Agristo gaat het hier meestal om siloconstructies, waarbij de rekken de dragende structuur van het gebouw vormen. Dat type automatisering zien we vooral in nieuwe magazijnen. Binnen bestaande, conventionele magazijnen wordt dan eerder voor andere technologieën geopteerd.”

Voor logistieke dienstverleners in de sector is het minder evident om in geautomatiseerde hoogbouwmagazijnen te investeren. “Zij willen flexibel blijven, zodat ze gemakkelijk tussen verschillende klanten kunnen schakelen. Zij kiezen eerder voor laagbouwmagazijnen met een comfortabele hoogte van 12 à 13 meter. Niet dat ze helemaal niet automatiseren, maar hier gaat het veelal over geautomatiseerde smallegangentrucks of andere types geautomatiseerd transport.”

Hoewel automatisering steeds interessanter wordt, verwittigt Henk Deloof voor het gevaar van ‘automatiseren om te automatiseren’. “Het is niet omdat automatisering binnen de sector in de lift zit, dat je blind de trend moet volgen. Vooraf goede analyses uitvoeren om het potentieel bloot te leggen, is de boodschap. En ook: laat tijdsdruk je vooral niet overhalen om snel beslissingen te nemen. Voorbereiding is hier meer dan het halve werk. Soms stellen bedrijven achteraf vast dat ze bepaalde elementen ‘vergeten’ zijn, zodat het concept finaal toch niet helemaal juist zit. En dan zijn de financiële gevolgen meteen zwaarder dan wanneer die elementen vooraf waren voorzien.” 
 Onderwerp: Warehouse Equipment 
Lees Ook
X