Lees Ook

Het businessmodel van Ardo

Explosie van SKU’s dwingt Ardo tot aanpassingen

Het businessmodel van Ardo
Producent van diepvriesgroenten Ardo past zijn organisatiestructuur en beheersinstrumenten aan om tegemoet te komen aan de behoeften van zijn klanten. Die klanten vragen steeds meer unieke producten om zich ten opzichte van de concurrentie te kunnen diversifiëren. Zo willen klanten uit de grootdistributie nu specifieke producten met eigen kenmerken zoals de oorsprong, de teelt (bio), duurzaamheid, enzovoort. Maar die nieuwe vraag staat meteen ook symbool voor een heel ander businessmodel…
“Terwijl vroeger de relatie met de klant voornamelijk op volume en prijs was gebaseerd, is dat nu veel meer op diversificatie”, begint Jan Debaillie, group supply chain director bij Ardo. “De klanten vergoeden ons daar ook voor. Maar het vraagt wel een grote organisatorische inspanning. Zo is het aantal SKU’s op vijf jaar tijd verdriedubbeld. In de productie werken we nu in kleinere batches, maar het grootste verschil is de opslag van halfafgewerkte producten en de consumentenverpakkingen. Dat vraagt een veel meer verfijnde opslag en een gesofisticeerd beheer. Die evolutie maakt dat ‘supply chain’ intussen ook een bijzondere verantwoordelijkheid is geworden die op het directieniveau wordt besproken”.
 
De veranderende omstandigheden vragen ook om een meer gesofisticeerde oplossing om de productie en de verkoop te plannen. Daarom besliste Ardo recent een nieuw ERP-systeem te implementeren die onder meer moet helpen die extra vereisten te beheren.

Nieuwe ERP-oplossing

Het beheer van de goederenstromen binnen de groep verloopt nu nog op basis zoveel ERP’s als er bedrijven in de groep zijn. “Maar we hebben beslist dat we één overkoepelend systeem zullen implementeren om de financiële stromen en de productieprocessen in één toepassing te kunnen beheren vanop de server in Ardooie”, aldus Jan Debaillie. “Het zal gaan om Microsoft Dynamics AX7, maar dan wel sterk aangepast aan de specifieke behoeften van Ardo. Daarvoor nemen we rustig de tijd, we voorzien dat tegen 2022 alle vestigingen op het nieuwe systeem zullen werken.” 

Voor Ardo is het erg belangrijk dat het beheer, inclusief de planning, heel flexibel kan gebeuren. Alles vertrekt er van de landbouw en daardoor is het bedrijf sterk afhankelijk van gebeurtenissen in de natuur, het klimaat en het weer. Het bedrijf moet zich kunnen aanpassen aan de realiteit van de dag. Jan Debaillie verwijst naar de natte maanden juni en juli die het inzaaien van verschillende teelten hebben tegengehouden. Daardoor is, onder andere voor boontjes, een vertraging van enkele weken opgetreden ten opzichte van een standaardseizoen. Ardo houdt er bovendien rekening mee dat 2016 het slechtste jaar voor groenten sinds mensenheugenis wordt en dat heeft een grote impact op de productie en op de uiteindelijke leveringen aan de klanten. 
Jan Debaillie: “Wij willen dat de computer ons bij die planning helpt, maar het kan niet zijn dat software ons oplegt hoe wij moeten werken. Die flexibiliteit is voor ons cruciaal, vandaar ook het belangrijke deel maatwerk binnen de standaardoplossing. Natuurlijk weten we ook wel dat ERP niet zonder een zekere structuur kan en dat houdt ook altijd een vermindering van de vrijheden in. Het komt er nu op aan om de juiste keuzes te maken in welke beperkingen we onszelf nog willen opleggen.”

Naast een ERP-oplossing beschikt Ardo ook over een warehouse management systeem (WMS). Het beschouwt het WMS als de ziel van het bedrijf en zal het niet integreren in de ERP-oplossing. Het zou overigens ook een te grote  inspanning vragen want door de verschillende overnames van Ardo zijn er meerdere versies actief, wat eveneens geldt voor de productiessoftware.

​Verticale integratie

Het businessmodel van Ardo is gericht op het beheren van de hele productieketen van bij het selecteren van zaden, het volledige productieproces van wassen, versnijden en invriezen tot en met de verkoop van diepgevroren en verpakte groenten en fruit. 
Jan Debaillie: “Al die activiteiten vinden op eigen landbouwgronden en in eigen installaties plaats. We gebruiken zo weinig mogelijk tussenpersonen of externe partijen en kunnen op die manier zelf de efficiëntie van de hele keten sturen. In de praktijk wil dat zeggen dat we minder dan vijftien procent van het totale volume aan groenten (850.000 ton in 2015) bij externe partijen aankopen. Het gaat dan vaak over producten die nog niet in Europa geteeld worden of te klein zijn om er een eigen teelt voor op te zetten.” 

Lokale productie

Die focus op de landbouw zit diep in de familietraditie geworteld. Het bedrijf is ooit vanuit de familiale boerderij in het West-Vlaamse Ardooie gestart met een handel in groenten voor de conservenindustrie. Er werden afspraken gemaakt met de producenten, bijvoorbeeld over de kweek van kleine worteltjes voor de conserven van specifieke klanten. In 1977 startte Edouard Haspeslagh met een eerste productielijn voor diepvriesgroente. Van dan af kon Ardo een sterke groei optekenen en breidde het bedrijf uit door overnames in Wallonië, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Portugal, Nederland, Denemarken, Oostenrijk en recent Kroatië. 
Bij iedere overname of uitbreiding zocht Ardo in de eerste plaats naar nieuwe synergie-effecten en een verbreding van de technische en commerciële knowhow. 
“In tegenstelling tot de concurrentie had Ardo zich in zijn beginfase al snel gefocust op de handel naar Duitsland omwille van het extra groeipotentieel en omwille van het grote tekort aan lokale productie”, zegt Jan Debaillie. “Op het vlak van de teelten trachten we in te spelen op de lokale omstandigheden. In Ardooie en omstreken telen we schorseneren op de zandgronden omdat de groente daar beter gedijt dan in leem of klei. De fabriek in Wallonië is dan weer gespecialiseerd in erwten en een van de laatste aanwinsten voor het bedrijf is de fabriek in Kroatië waar onder meer fruit wordt ingevroren, een nieuwheid in de groep.”
 
Bij elke overname mikt Ardo op de hele keten, een areaal aan landbouwgronden in een cirkel van ongeveer vijftig kilometer rond een fabriek, met daarbij een bestaande klantenportefeuille om meteen ook het afzetgebied te vergroten. Ardo blijft ook uitkijken naar nieuwe aanvullingen op zijn gamma zoals zoete aardappelen, sojabonen of sugar snaps. Aanvankelijk worden die aangekocht, maar van zodra het volume groot genoeg is, wil het bedrijf liever zelf telen.

​Opslag bij de fabriek

Het geautomatiseerde diepvriesmagazijn in Ardooie is het grootste consolidatiecentrum voor de groep, maar in het totaal heeft Ardo zes distributiecentra die werken voor de lokale markten. Zij worden bevoorraad met de producten uit Ardooie en de andere vestigingen. Ze fungeren dan als een crossdock: bestellingen worden er verzameld en vervolgens zo snel mogelijk naar bij de eindklant gebracht.
Typisch voor de groenteteelt is dat in een zeer korte periode na de oogst wordt geproduceerd en dat de halffabricaten, maar ook de afgewerkte producten daarna opgeslagen blijven tot de volgende oogst. Die diepgevroren groenten blijven gemiddeld zes maanden in het magazijn om een periode van twaalf maanden te dekken tot de aansluiting van de nieuwe oogst.

​Duurzaam transport

Tussen zijn 22 vestigingen organiseert Ardo intercompany transporten die mikken op het beschikbaar stellen van het hele gamma voor de lokale markten. Vaak gebeurt dat door transportfirma’s waar een jarenlange samenwerking mee bestaat. Ardo doet er alles aan om de efficiëntie van die transporten op te drijven en maakt er bijvoorbeeld een punt van de wachttijd van chauffeurs zo kort mogelijk te houden. 
Jan Debaillie: “We weten dat we op die manier veel tijd kunnen besparen voor die vrachtwagens. In het ideale geval kunnen de chauffeurs op die manier één of meer ritten extra uitvoeren en dat betekent voor die transportfirma’s een enorme besparing op het vlak van mensen en middelen. Wij staan ook open voor gesprekken over het verbeteren van onze transporten naar onze klanten. Ik stel vast dat de grote distributieketens op dat vlak nog heel weinig van hun leveranciers verwachten, op enkele uitzonderingen na.”

Ardo is echter ook al lang een gebruiker van duurzamere transportmiddelen als het schip en de trein. Nu al wordt de gehele export naar Ierland en de helft van de goederen uit en voor Portugal via shortsea geregeld. Ook Spanje doet het goed. 
Jan Debaillie: “Ik wil duidelijk stellen dat die transporten ook rendabel moeten zijn, anders doen we het niet. Maar trucks uit Portugal of Spanje rijden door Frankrijk en moeten daar ook de rij- en rusttijden respecteren. Daardoor staan ze ook een tijd stil. Het schip vaart dan wel trager, maar kan toch even snel als de truck hier aankomen. Ik stel wel vast dat de transportprijzen per truck nu zeer laag zijn en dat doet de aanbieders van shortsea pijn. Er zijn nu al weinig partijen die diensten kunnen aanbieden, maar ik zou toch pleiten om die optie goed te bekijken. In de toekomst zullen er zeker nog meer problemen komen met die kilometerprijzen, de files en de overheidsmaatregelen om die te verminderen. In steden worden trucks nu al hier en daar geweerd en die tendens zal zich alleen maar doorzetten. Wij werken nu al aan oplossingen voor dergelijke problemen. Zo komt samenwerking met crossdockterminals zoals Lens (F), Duisburg (D) en Wielsbeke (B) zeker in aanmerking en bekijken we ook oplossingen met binnenschepen.”

Ardo gebruikt al een achttal jaren een treinverbinding naar Italië met een Zeebrugse partner.  Maar de invoering van bijkomende transporten per spoor verloopt zeer traag en Ardo kijkt hoopvol naar nieuwe initiatieven. 
Voor de verre export gebruikt Ardo ook het containerschip. “Zo vinden we in de Verenigde Staten heel wat interesse voor onze biogroenten. Dat is een markt die blijft groeien en heel mooie perspectieven voor ons biedt”, besluit Jan Debaillie.
X