Lees Ook

Iedereen wil groener worden

Eastman Chemical maakt modal shift met Stukwerkers-ITG

Iedereen wil groener worden
Vrachtverkeer van de weg afhalen en het water of het spoor opsturen, er is al veel inkt over gevloeid. Maar Eastman Chemical Company maakte de jongste jaren echt werk van die zogenoemde modal shift. De chemieproducent kon daarbij rekenen op de logistieke steun van Interface Terminal Gent (ITG). Die joint venture van Stukwerkers Havenbedrijf en wegtransporteur Masterbulk baat binnen North Sea Port een multimodale containerterminal uit.
 
Beide partners startten het initiatief in eerste instantie om hun supply chain te vergroenen en te verduurzamen. “Daarnaast streefden we een verbetering van onze operationele efficiëntie na”, vertelt Franky Veryser. Als directeur bij Eastman Chemical is hij verantwoordelijk voor de supply chain van de business units Amines en Crop Protection. “Die twee belangrijke doelstellingen hebben we in elk geval al bereikt. Maar de operationele efficiëntiewinst die we nu boeken, brengt ook een verbetering van onze kostenefficiëntie en dus een zekere kostenbesparing met zich mee, plus zelfs een zekere productiviteitswinst. Want terwijl we vroeger via de weg twee of maximaal drie transporten per dag konden doen, vervoeren we nu via het water makkelijk het volume van tien of vijftien van die vroegere wegtransporten.”

Modal shift

Als director Supply Chain is Franky Veryser niet alleen overtuigd van de noodzaak, maar ook van de voordelen van multimodaal transport. Bij Eastman Chemical werkt hij al een vijftal jaar aan de realisatie van een modal shift waarbij vervoer over de weg steeds meer plaats moet ruimen voor vervoer over het water en het spoor. “Een van de uitdagingen waar ik mijn team elk jaar opnieuw voor stel, is dat ik het aandeel van het wegtransport in onze logistieke keten wil verminderen. Anders gezegd: jaar na jaar wil ik het percentage van vervoer via water en spoor in onze keten zien op te drijven.”
 
“Vroeger ging zo goed als alles over de weg”, herinnert Franky Veryser zich. Maar in 2015 zette Eastman Chemical alvast de modal shift in naar het spoor. Eind 2017 volgde dan de modal shift naar het water: eerst nog voorzichtig, via een ‘proof of concept’ (PoC) met Stukwerkers-ITG, om vanaf 2018 meteen voluit voor scheepsvervoer te gaan. “Intussen verloopt al ongeveer 35 procent of een op de drie Europese transporten van afgewerkte producten vanuit Gent via het spoor. En voor onze oceaanzendingen ligt dat percentage nog eens zo hoog: meer dan zeventig procent van het materiaal dat bij ons vertrekt om wereldwijd verscheept te worden, vertrekt nu per binnenschip via Stukwerkers naar Antwerpen en Rotterdam, terwijl dat vroeger allemaal over de weg ging.”

Vraaggestuurde shift

Maar zelfs als Franky Veryser geen ‘believer’ was in het nut en de noodzaak van zo’n modal shift, zouden zijn klanten hem er vandaag wel toe aanzetten om die shift te maken, zo meent hij. “Er is een enorme verandering aan de gang in onze industrie, en waarschijnlijk in de industrie in het algemeen. Iedereen wil groener worden. Iedereen zet in op duurzaamheid. En niet alleen op het vlak van transport, maar evengoed op het vlak van productie en zelfs van grondstoffen. Zo krijgen wij heel veel vraag naar grondstoffen die ontwikkeld zijn op basis van natuurlijke, organische elementen en niet verkregen zijn door de behandeling van nafta (nvdr, een mengsel van koolwaterstoffen). Die vraag komt met name van producenten van verzorgingsproducten. Bij L’Oréal, bijvoorbeeld, kom je als leverancier haast alleen nog met natuurlijke grondstoffen aan de bak.”
 
En waar vroeger de kostprijs in de regel een – extra – drempel voor vergroening vormde, krijg je nu een omgeving waarin klanten mogelijk wel bereid zijn voor het duurdere groene alternatief te betalen. “Vroeger was dat geen voer voor onderhandeling, vandaag wel”, stelt Franky Veryser vast. “De ‘mindset’ is meer en meer aan het veranderen. En het resultaat is een vraaggestuurde shift: doordat de klant zelf groener is geworden, is hij steeds vaker ook zelf vragende partij voor zo’n modal shift in onze supply chain.”

Mental shift

Maar hoewel bij klanten van Eastman Chemical de vraag naar vergroening sterker dan ooit leefde, bleek dat in de logistieke keten van het bedrijf een ander verhaal. En dat is waar Eastman Chemical en ITG elkaar vonden. “Eastman Chemical was op zoek naar een partner die hen kon helpen de modal shift van de weg naar het water te maken”, vertelt Laurent Colanbeen. Als business development manager bij de Stukwerkers Groep is hij onder meer verantwoordelijk voor de commerciële ontwikkeling van de multimodale containerterminal van ITG, een joint venture met transportbedrijf Masterbulk (zie hieronder verder ‘Multimodale containerterminal).
 
Hoewel de ontwikkeling van de nieuwe containerterminal aanvankelijk met spooractiviteiten begon wou ITG uiteraard ook de transporten over het water zo snel mogelijk van de grond krijgen.
Laurent Colanbeen: “Om de binnenvaartactiviteiten te ontwikkelen, hebben we om te beginnen een marktstudie gedaan en potentiële partners in kaart gebracht. Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar één of meer grote verladers die in ons verhaal wilden meegaan. Eastman Chemical was de eerste van de gecontacteerde partijen die toehapte.”
 
De samenwerking met Eastman Chemical kreeg in eerste instantie gestalte via een proefproject met zijn productiesite Gent Noord. “Eastman Chemical heeft een heel groot volume aan export. Alleen al voor die ene site komt dat neer op 4500 containerunits op jaarbasis. Dat is veertig procent van het totale EMEA-volume dat Eastman hier produceert”, verklaart Laurent Colanbeen. “Dat bood enerzijds reële en aanzienlijke opportuniteiten voor zo’n modal shift. Anderzijds moesten we ook de andere partijen uit de logistieke waardeketen van Eastman Chemical in dat multimodale verhaal mee zien te krijgen.” En die keten was vrij complex, met naast Eastman en ITG zelf ook nog een waaier aan expediteurs, transporteurs, rederijen en warehousepartners. Allemaal partijen die tot dan toe zo goed als exclusief op wegtransport waren gefocust. Om hen tot een ‘modal shift’ te bewegen, moest er vaak eerst nog een ‘mental shift’ plaatsvinden.
 
Gelukkig kon ITG daarvoor op het engagement van Eastman Chemical rekenen, dat ook bereid was de nodige druk op zijn keten te zetten.
Franky Veryser: “Voor ons bestond de grote uitdaging er inderdaad in een aantal andere schakels in onze keten ervan te overtuigen – letterlijk – met ons in de boot te stappen. Om het project te kunnen opstarten, moesten onze ocean carriers bijvoorbeeld containers ter beschikking stellen in Gent. Een eis die wij daarom als belangrijke voorwaarde besloten op te nemen in onze contracten met hen.”

Change management

Het belangrijkste luik van het proefproject was uiteindelijk niet de modal shift zelf, maar het change management dat erbij kwam kijken, zo meent Laurent Colanbeen. “Eastman Chemical moest intern zijn planning aanpassen. De expediteurs, die voorheen enkel wegtransport regelden, moesten nu ook andere vormen van transport beginnen boeken. En de transporteur moest meer lokaal in het Gentse gaan opereren, in plaats van voortdurend heen en weer te rijden naar Antwerpen.”
 
Dat laatste heeft trouwens ook zo zijn voordelen: doordat de transporteur nu meer ritten kan afleggen, kan hij met zijn eigen chauffeurs het volledige volume van Eastman Chemical behappen. Hij hoeft dus niet langer een beroep te doen op onderaannemers. Zijn chauffeurs zien hun arbeids- en levenskwaliteit dan weer verbeteren doordat ze minder lang onderweg zijn, minder tijd in de files naar en rond Antwerpen verliezen en meer tijd bij hun gezin kunnen doorbrengen.
 
Alle partijen in de keten moesten ook bereid zijn met elkaar te connecteren en informatie uit te wisselen. Het doel van de modal shift was immers niet alleen de supply chain van Eastman Chemical duurzamer, maar ook slimmer te maken. Daartoe had de IT-afdeling van Stukwerkers een applicatie ontwikkeld die als gemeenschappelijk ‘data sharing’-platform fungeerde.
L. Colanbeen: “Net omdat zo’n project vereist dat je vertrouwelijke informatie met elkaar deelt, gaan maar heel weinig bedrijven vandaag al mee in zo’n shift. Dat platform is ook alleen maar kunnen ontstaan, doordat er een gedeeld vertrouwen was en er een grote mate van openheid bestond tussen de verschillende projectpartners. Maar het is ook al ten goede gekomen van elk van die partners. Als ik uit dit project iets geleerd heb, is het wel dat niet alleen de klant of verlader moet meewillen, maar dat je ook voor alle andere partijen in de logistieke waardeketen de win moet zoeken. Alleen zo kun je ze meekrijgen in je project en, samen met een sterk team, het ook echt doen slagen.”

Missie geslaagd

En dat het project geslaagd was, stond al gauw buiten kijf. In die mate dat ITG na afloop van het proefproject eind 2017 meteen groen licht kreeg van Eastman Chemical voor een verdere, intensievere samenwerking. In de twee jaren die sindsdien zijn verstreken, verscheepte de chemieproducent bijna zestig procent van het volume van zijn productiesite Gent Noord via de binnenvaart naar de Antwerpse haven. Dat vertaalt zich concreet in bijna 630.000 kilometer minder wegvervoer en ruim 206.000 liter minder brandstofverbruik. En ook de milieuwinst mag er zijn, dankzij een vermindering van de CO2-uitstoot met ruim veertig procent. Ten slotte heeft ook de dienstverlening van Eastman Chemical niet onder de veranderingen in de supply chain geleden: minder dan één procent van de orders komt niet op tijd aan.
 
Ook ITG blikt tevreden terug op het afgelegde parcours. “In het begin hadden wij slechts twee afvaarten per week, wat de concurrentie met het dagelijkse wegtransport niet vergemakkelijkte”, vertelt Laurent Colanbeen. “Maar mede door het volume dat zich de voorbije twee jaar heeft ontwikkeld, zijn ook wij naar dagelijkse transporten kunnen evolueren.” Dat volume komt ook niet langer van Eastman Chemical alleen; andere grote namen, zoals ArcelorMittal, BP en Chevron, zijn intussen gevolgd. En niet onbelangrijk, ook de rederijen zijn steeds meer interesse in het multimodale concept gaan vertonen. “We zijn gestart met vijf rederijen”, herinnert Lauren Colanbeen zich. “Maar ondertussen werken we al met een tiental rederijen samen”,
 
Ten slotte is er nog de aanzienlijke toename van de operationele efficiëntie die ITG wist te realiseren. Ook daarin schuilt een belangrijke winst. “We hebben niet alleen de frequentie van onze transporten gevoelig verhoogd, maar ook onze laadoperaties zodanig verbeterd dat we nu een ‘turnaround’-tijd van minder dan een half uur kunnen voorleggen. Door in te zetten op een verregaande digitalisering en de invoering van nieuwe veiligheidsvoorzieningen, hopen we die operationele efficiëntie nog te verhogen. Wat uiteindelijk ook moet zorgen voor een verdere uitbreiding van onze binnenvaartdiensten, maar zeker ook van onze spoor- en zeevaartactiviteiten”, zo blikt Laurent Colanbeen al vooruit.

Extra info over Eastman Chemical Cy

Gentse chemiereus

Eastman Chemical Company, een van oorsprong Amerikaanse multinational met hoofdzetel in Kingsport, Tennessee, viert dit jaar zijn honderdjarige bestaan. Gestart als dochteronderneming van Eastman Kodak, de pionier van de fotografie, staat het bedrijf sinds 1994 volledig op eigen benen. Vandaag telt Eastman Chemical meer dan vijftig productiesites over de hele wereld, waar het zowat 14.500 mensen tewerkstelt. Twee van die sites bevinden zich in Gent.
 
Oorspronkelijk produceerde Eastman Chemical enkel basischemicaliën, zoals polyester. Maar na de jongste eeuwwisseling veranderde de directie het geweer van schouder en ging het bedrijf zich steeds sterker toeleggen op de ontwikkeling, productie en verkoop van specialiteitschemicaliën, die je bijvoorbeeld terugvindt in schoonmaakproducten. Vanuit die ambitie trok Eastman Chemical ook op het overnamepad. Dat leidde in België in eerste instantie tot de acquisitie van het Gentse Solutia, dat kunststoffolie voor gelamineerd glas produceert. Dat materiaal zit bijvoorbeeld ook verwerkt in het nieuwe Gentse voetbalstadion. Niet lang daarna volgde dan de overname van Taminco, de vroegere aminebusiness van UCB. Dat bedrijf is eveneens in Gent gevestigd, maar telt daarnaast nog vestigingen in China, Finland en de VS. Vandaag staan die twee productiesites bekend als Gent Zuid en Gent Noord.
 
Eerder had Eastman Chemical ook al het Nederlandse Hercules uit Middelburg overgenomen. “Alles samen tellen die drie entiteiten meer dan duizend medewerkers”, merkt Franky Veryser op. “Na ons hoofdkwartier in Tennessee vormen zij de grootste kern van Eastman Chemical.” Je zou dus met enig recht kunnen stellen dat Eastman door al die overnames niet alleen stevig voet aan de grond heeft gekregen in de Benelux, maar meteen ook in heel West-Europa. Zowat achthonderd van die medewerkers – het leeuwendeel dus – is bovendien aan de slag in de verschillende Gentse sites. En dan hadden we het nog niet over het nieuwe European Innovation Center dat Eastman Chemical in 2018 in Zwijnaarde opende. Daar zijn alle Europese R&D-inspanningen voor alle business units, die voorheen over verschillende landen verspreid zaten, nu geconsolideerd.

Extra info voer de multimodale containerterminal

Stukwerkers bestaat al sinds 1338 en is daarmee het oudste havenbedrijf van België én een van de oudste in Europa. “We zijn een stuwadoor van origine, en het laden en lossen van schepen vormt nog steeds een kernactiviteit”, vertelt business development manager Laurent Colanbeen. Daarbij gaat het om diverse soorten cargo: pakweg de helft is staal, maar daarnaast behandelt Stukwerkers ook droge bulk, woudproducten (papier, pulp, hout) en zowel afgewerkte voertuigen als voertuigonderdelen van autofabrikanten als Honda en Volvo. Containers zijn een groeiend aandeel in die mix.
 
“We zijn ook een terminaloperator”, vervolgt Laurent Colanbeen. “Vandaag baten we vijf terminals uit in North Sea Port.” Onder de mantel van ITG bouwt Stukwerkers tegenwoordig bovendien aan een gloednieuwe, multimodale containerterminal in het Gentse Kluizendok, waarmee het ook de linker havenoever van multimodale oplossingen wil voorzien. “Die terminal is 250.000 vierkante meter groot. Momenteel is een derde daarvan ontwikkeld.” En zoals het een multimodale concessie betaamt, zijn alle vervoersmodaliteiten er voorhanden: de terminal laat niet alleen wegtransport, spoorvervoer en binnenscheepvaart, maar ook zeevaart toe. “Het is vrij uniek en zelfs enigszins visionair om al die modaliteiten op één congestievrije locatie te voorzien”, meent Laurent Colanbeen. “Daarbij anticiperen wij nu al op toekomstige ontwikkelingen, zoals de komst van langere treinen. Terwijl de huidige treinen slechts tussen de 550 en 600 meter lang zijn, hebben wij hier nu al drie sporen van 750 meter tot onze beschikking. Ook de brexit was ook zo’n ontwikkeling waarop wij hebben ingespeeld. Zo hebben wij met het oog op de brexit een rechtstreekse zeevaartlijn van Gent naar Hull voorzien.”
 
X